Lot de Witte: Waarom griepsymptomen helpen bij depressieonderzoek

Stichting Vrienden van het Herseninstituut brengt verhalen samen van mensen die op verschillende manieren betrokken zijn bij hersenonderzoek. Van toekomstige hersendonoren tot psychiaters, van onderzoekers tot nabestaanden, ze delen allemaal een missie: het begrijpen van de hersenen om het leven van mensen met een hersenaandoening te verbeteren. In deze reeks verhalen laten we zien hoe persoonlijk en universeel de zoektocht naar antwoorden is. Dit is het verhaal van psychiater Lot de Witte.

Dr. Lot de Witte verdeelt haar week tussen twee werelden. Drie dagen per week zit ze tegenover patiënten in haar spreekkamer in het Radboud UMC, luisterend naar hun verhalen. De andere twee dagen onderzoekt ze in het laboratorium hoe ons immuunsysteem betrokken is bij psychiatrische aandoeningen.

“Als je griep hebt, vinden we het normaal dat je in bed wilt blijven liggen, nergens zin in hebt en je moedeloos voelt,” legt ze uit. “Je immuunsysteem signaleert naar je hersenen om je gedrag te beïnvloeden. Ik wil graag weten of dat ook een rol speelt, en welke dan, bij onder andere depressie.”

Deze unieke benadering komt voort uit haar achtergrond als celbioloog. Na haar promotieonderzoek naar Hiv-infecties miste ze het patiëntencontact. “Toen liep ik mijn coschappen bij de Valeriuskliniek in Amsterdam. Ik ging in gesprek met mensen met psychiatrische ziektebeelden en dat vond ik zo boeiend, om echt het verhaal van mensen te horen en waar ze tegenaan lopen.”

De dagelijkse uitdagingen in de psychiatrie

Nu, negen jaar later, worstelt Lot met een fundamentele beperking van haar vak. “Ik ben vaak jaloers op de internist.” bekent ze. “Komt een patiënt die moe is, dan vinden ze bloedarmoede. Dat verklaart de vermoeidheid. Dan hebben ze een rijtje van twaalf oorzaken en die gaan ze testen. Vinden ze bijvoorbeeld ijzertekort, dan geef je ijzer en alles komt goed.”

Die duidelijke bio markers ontbreken in de psychiatrie. “Het is niet zo dat je met een testje kunt kijken of een scan kunt maken van de hersenen en dan weet wat er aan de hand is.” Deze beperking heeft gevolgen voor patiënten, die zich afvragen waarom de ene dokter dit zegt en de andere dat.

Ondanks deze diagnostische uitdagingen benadrukt Lot dat psychiatrische behandelingen van nu wel degelijk werken. “Mensen denken vaak dat behandelingen voor psychiatrische aandoeningen niet effectief zijn. Maar dat is een misvatting. Psychotherapie en medicijnen kunnen ontzettend effectief zijn. Je ziet mensen opknappen en het lijden verlichten.”

Nieuwe wegen in onderzoek

De traditionele onderzoeksmethodes hebben niet de doorbraken opgeleverd die gehoopt werden. Methodes waarbij een groep patiënten met symptomen wordt vergeleken met controlegroepen, zonder symptomen.

“We keken naar immuun cellen van de hersenen en vonden wel veranderingen,
maar die zijn niet specifiek voor de ziekte en heel subtiel.”

Daarom zoekt Lot nieuwe benaderingen. Ze richt zich op monogenetische aandoeningen, ontwikkelingsstoornissen veroorzaakt een verandering in één gen. “Dan weet je: dit gen veroorzaakt het. Dan kun je naar een groep kijken die allemaal een verandering in dat gen heeft.”

Een andere invalshoek is het bestuderen van effectieve behandelingen zoals elektroconvulsietherapie (ECT). “Als je snapt wat die behandelingen doen, want dat weten we niet goed, kun je voorspellen wie wel of niet zal reageren. Mogelijk snappen we hierdoor ook meer over de mechanismes van de ziekte zelf.”

Het zwaartekracht project

Deze benadering krijgt vorm in een ambitieus zwaartekracht-project waarin Lot samenwerkt met Nederlandse psychiaters en neurowetenschappers om de neurobiologie van psychiatrische aandoeningen te ontrafelen. Dit grootschalige onderzoeksprogramma richt zich op het begrijpen van hersenfunctie op het meest fundamentele niveau, dat van synapsen en neuronale netwerken.

“We gaan echt de resolutie verhogen van wat we in hersenweefsel bekijken,” legt Lot uit. “Richting de synapse, want daar grijpen onze behandelingen aan, bij de manier waarop verschillende zenuwcellen met elkaar communiceren.” Het project combineert geavanceerde laboratoriumtechnieken met klinische expertise, waarbij onderzoekers zoals Lot en haar collega Karel Scheepstra de brug vormen tussen fundamentele wetenschap en patiëntenzorg.

Het doel is niet alleen wetenschappelijke doorbraken, maar vooral het vinden van nieuwe wegen om psychiatrische aandoeningen sneller te herkennen en effectiever te behandelen.

De kracht van samenwerking

Lot ziet grote kansen in betere samenwerking tussen psychiaters en neurowetenschappers. “Er zijn neurowetenschappers die werken met muizen als model voor depressie, maar dat wordt niet gelinkt aan onderzoek met mensen. Het spreken van elkaars taal ontbreekt.” Ook in haar zwaartekracht-project merkt ze hoe belangrijk maar ook uitdagend die samenwerking is.

“Neurowetenschappers moeten begrijpen wat we doen in de psychiatrie
en wat de complexiteit is waarmee we dealen.”

Psychiaters kunnen nog veel leren van de doorbraken die neurowetenschappers hebben bereikt. Deze ontdekkingen bieden waardevolle inzichten in het functioneren van hersencellen. Wat uiteindelijk leidt tot betere diagnoses en behandelingen en dus directe voordelen oplevert voor de patiënt.

Het grotere plaatje

Voor Lot gaat het om mensen beter helpen. “Nefrologen kunnen een biopt nemen van de nier, internisten een bloed sample. Bij psychiatrische aandoeningen kun je geen biopt nemen van het brein. Daarom zijn hersenbanken cruciaal voor ons onderzoek.”

Ze vergelijkt het met de oncologie: “Daar kun je in de tumor kijken om te zien wat er aan de hand is. Wij moeten ook de kans krijgen om in de hersenen te kijken als we willen snappen wat er gebeurt en hoe we dat beter kunnen behandelen.”

Deze gedrevenheid komt voort uit haar dagelijkse patiëntencontact. Of het nu gaat om jarenlange begeleiding waarbij langzaam vertrouwen groeit, of een kort consult. Telkens ziet ze de enorme impact. “Als je stemming ontregeld is of als je angstig bent, heeft dat zo’n grote impact. Als je nergens zin in hebt, heeft het allemaal niet zoveel zin.”

Tussen cel en gesprek, tussen laboratorium en spreekkamer, bouwt Lot bruggen naar een toekomst waarin psychiatrische zorg nog effectiever kan zijn. Niet omwille van wetenschappelijke doorbraken op zich, maar omdat elke vooruitgang betekent dat mensen sneller en beter geholpen kunnen worden.

Lot de Witte toont hoe de psychiatrie op een keerpunt staat. Haar dagelijkse pendel tussen spreekkamer en laboratorium vertegenwoordigt een nieuwe manier van denken over geestelijke gezondheid. Waar de psychiatrie lange tijd moest vertrouwen op observatie en intuïtie, opent haar onderzoek naar de verbinding tussen immuunsysteem en depressie de deur naar meetbare, biologische verklaringen.

Haar benadering via het zwaartekracht-project laat zien dat de psychiatrie van de toekomst alleen succesvol kan zijn door samenwerking. Door neurowetenschappers en psychiaters elkaars taal te leren spreken en de kloof tussen diermodellen en menselijke ervaringen te overbruggen. Voor Lot is elke ontdekking in het lab uiteindelijk een belofte aan haar patiënten: dat hun lijden niet onverklaarbaar hoeft te blijven, en dat begrip de eerste stap is naar betere zorg.

Wil jij bijdragen aan onderzoek naar mentale aandoeningen, zoals depressie, word dan nu Hersenvriend door te doneren.