Francesca Siclari
Home > Wat wij doen > Onderzoekers faciliteren > Francesca Siclari
Wie is Francesca Siclari


Huidige functies
- Teamleider van de onderzoeksgroep “Slapen en dromen”– Nederlands Herseninstituut, Amsterdam
- Gastprofessor bij de University of Lausanne, Zwitserland
Opleiding
Onderzoeksgebieden
Social media / e-mail
Prijzen / onderscheidingen
- 2021 - ERC Starting Grant, European Research Council
- 2021 - Eccellenza Professorial fellowship, Zwitserse Nationale Wetenschapstichting (SNSF)
- 2017 – Ambizione beurs, Zwitserse Nationale Wetenschapstichting (SNSF)
Dromen ontrafelen
Ze meet de hersenactiviteit tijdens de slaap, en daarvoor gebruikt ze high density EEG – een muts met 256 elektroden – die op de schedel wordt geplaatst. Dankzij haar gedetailleerde metingen kan ze meteen een cliché ontkrachten: ‘De REMslaap, die gekenmerkt wordt door snelle oogbewegingen, wordt ook wel de droomslaap genoemd. Maar wij zagen dat mensen kunnen dromen zolang er hersengebieden actief zijn. Dat is vaker het geval tijdens de REMslaap, maar het kan ook gebeuren tijdens de diepe slaapfase van de nonREMslaap.’
Tijdens haar onderzoeksperiode bij het Centre for Sleep and Consciousness kon ze nog een hardnekkig idee weerleggen: ‘Ik kwam erachter dat bij mensen die droomden van gezichten, vlak voordat ik hen wakker maakte precies díe hersengebieden actief waren die gezichten verwerken. Fantastisch! En hoewel dit nog geen keihard bewijs is, suggereert het wel dat dromen inderdaad ontstaan terwijl mensen slapen, en geen verzinsels zijn die bij het ontwaken worden bedacht, zoals wel eens wordt beweerd.’
Maar meten leidt niet altijd tot weten, ontdekte Siclari. Zo beweerden haar Zwitserse insomniapatiënten heel stellig dat ze niet sliepen, maar volgens de metingen deden ze dat wél. Hoe kan dat? Siclari vergeleek twintig goede slapers met tien slapers bij wie het verschil tussen de door henzelf ervaren slaap en objectief gemeten slaap het grootste was. Wat bleek: 10 procent van de keren dat zij goede slapers wakker maakte, voelden deze zich wakker, ook al sliepen ze al minstens tien minuten. Bij de patiënten met de diagnose insomnia (slapeloosheid) was dat drie keer vaker (30 procent).
Ze deed verschillende verrassende bevindingen, waaronder deze: ‘De insomniapatiënten bleken veel meer na te denken in hun dromen dan de goede slapers, en daarbij voelden ze zich wakker. Ze zeiden: “Voor je tegen me begon te praten, sliep ik niet, maar dacht ik “als het zo doorgaat, heb ik morgen niet genoeg geslapen”. Deze patiënten slapen dus wel, maar de kwaliteit van hun slaap is anders dan die van goede slapers, omdat het denkende deel van hun brein tijdens het slapen actief blijft. Met conventionele technieken had ik dit nooit kunnen ontdekken, maar dankzij high density EEG is dat wel gelukt.’
Siclari heeft een ERC Grant voor vijf jaar gekregen waarmee ze onderzoek gaat doen aan het Nederlands Herseninstituut. ‘Ik wil proberen het oorzakelijk verband te bewijzen tussen de breinmarkers die ik heb geïdentificeerd en het dromen. Dat wil ik doen door breinactiviteit te moduleren en te kijken of dat effect heeft op dromen, maar ook op de mentale activiteit in het algemeen.’
Ze wil het effect van noradrenerge en cholinerge middelen op neuromodulerende systemen meten, en auditieve kliks gebruiken om hersengolven te laten toe en afnemen. ‘Als we een farmacologische of technologische tool kunnen ontwikkelen om dromen te moduleren, helpt dat ons te begrijpen welke hersengebieden of neuromodulerende systemen cruciaal zijn voor deze ervaringen. Die kennis zou mensen met nachtmerries kunnen helpen en mensen die geen prettige ervaringen hebben tijdens het dromen.’
Ze heeft nog veel meer ideeën die ze wil vertalen in onderzoeksvragen. Uiteindelijk hoopt Siclari een antwoord te vinden op die ene, allesomvattende, vraag: ‘Waarom dromen we?’

