Ingo Willuhn
Home > Wat wij doen > Onderzoekers faciliteren > Ingo Willuhn
Wie is Ingo Willuhn


Huidige functies
- Teamleider onderzoeksgroep “Dopamine, compulsief gedrag, motivatie”– Nederlands Herseninstituut, Amsterdam
- Hoogleraar en hoofdonderzoeker Psychiatrie - Amsterdam University Medical Centers, locatie AMC
Opleiding
Onderzoeksgebieden
Gedragsfunctie van de basale ganglia, prefrontale cortex, dopamine en serotonine. Dwangmatigheid bij psychiatrische stoornissen en de effecten van diepe hersenstimulatie op compulsief gedrag.
Social media / e-mail
Prijzen / onderscheidingen
- VICI-beurs NWO (2023) - onderzoek naar de rol van dopamine en serotonine op gedrag
- VIDI beurs (2016) - onderzoek naar de rol van dopamine op gewoontegedrag
- Lid van de Jonge Academie van Europa (2016; Young Academy of Europe (YAE))
- ERC Starting Grant (2015) onderzoek naar hersen-regionale verschillen in dopaminefunctie
- Future Faculty Fellowship (2010), Howard Hughes Medical Institute (HHMI)
Neuromodulatie en gedrag
Een drugsverslaafde en een patiënt met OCD (obsessief compulsieve stoornis) lijken op elkaar. Hoe zit dat?
Welke processen spelen daarbij een rol?
Als dit een biologisch mechanisme is, kun je dat dan met een biologische interventie oplossen?
‘Het helpt niet om met behulp van medicatie de hoeveelheid dopamine in de hersenen te manipuleren. Waarschijnlijk komt dat omdat medicijnen in het gehele brein terechtkomen, en dus ook effecten veroorzaken in gebieden waar je die niet wilt hebben. ‘Deep Brain Stimulation (DBS) werkt wel. Via twee elektroden die in de hersenen worden geïmplanteerd, is het mogelijk met behulp van elektrische impulsen de activiteit in die gebieden te manipuleren.’
Wat is het effect daarvan?
Hoe meet je die hersenactiviteit?
Voor wie en hoe
Alcohol- en drugsverslaafden en mensen met obsessief-compulsieve stoornis (OCD) of eetstoornissen kunnen geen van allen hun beschadigende dwangmatige gedrag stoppen. Waarschijnlijk hebben ze last van een vergelijkbaar onderliggend hersenmechanisme dat hun gedrag één kant op stuurt. Onderzoek in knaagdieren moet uiteindelijk leiden tot therapieën waar deze patiënten baat bij hebben. Bij OCD-patiënten zijn de eerste successen al geboekt.

