De ziekte van Alzheimer
Home > Wat wij doen > Hersenonderzoek financieren > De ziekte van Alzheimer

Onderzoek naar de ziekte van Alzheimer
Laten we beginnen met het ophelderen van een misverstand: dementie en de ziekte van Alzheimer zijn niet hetzelfde. Dementie is een overkoepelende term voor diverse hersenziekten die een achteruitgang van cognitieve functies veroorzaken. De ziekte van Alzheimer is een specifieke en de meest voorkomende vorm van dementie die zich kenmerkt door geheugenverlies, slaapstoornissen, verwarring en andere gedragsproblemen. De ziekte is progressief, wat betekent dat de symptomen erger worden in de loop van de tijd.

Dick Frans Swaab is arts, neurobioloog en hersenonderzoeker aan het Nederlands Herseninstituut.
Symptomen van Alzheimer

Mogelijke oorzaken van Alzheimer
Bij de ziekte van Alzheimer raken zenuwcellen in de hersenen beschadigd, functioneren minder en in sommige hersengebieden sterven ze af. De belangrijkste risicofactor is de leeftijd: met de veroudering neemt de kans op Alzheimer exponentieel toe. Sommige wetenschappers denken dat de opeenhoping van verschillende schadelijke eiwitten in de hersenen een belangrijke rol spelen, anderen zien dat eerder als een gevolg van de ziekte. Waarom de ene persoon wel ziek wordt en de ander niet, heeft waarschijnlijk te maken met een combinatie van factoren, waaronder:
- Erfelijke aanleg: in ongeveer 5% van de gevallen wordt Alzheimer uitsluitend veroorzaakt door een erfelijke afwijking. Mensen met zo’n erfelijke variant krijgen de ziekte vaak al jong, rond het 40e of 50e levensjaar. Mensen met een familielid met Alzheimer hebben een verhoogd risico om de ziekte zelf te krijgen. Gemiddeld spelen genetische factoren bij alzheimer patiënten een rol van zo’n 50%.
- Leeftijd: De kans op de ziekte van Alzheimer neemt sterk toe met het ouder worden.
- Levensstijl: Het hebben van een gezond gewicht, een gezonde bloeddruk en een gezond cholesterolgehalte en voldoende beweging zou het risico op Alzheimer kunnen verlagen.
Meer over erfelijkheid en de ziekte van Alzheimer
Hoe groot is de kans dat je de ziekte krijgt als Alzheimer in je familie voorkomt? Erfelijkheid speelt een rol bij de ziekte van Alzheimer. Maar hoe groot die rol is, hangt onder andere af van de leeftijd waarop Alzheimer bij familieleden is ontstaan.
Bij Alzheimer op zeer jonge leeftijd kan de erfelijke factor groot zijn. Deze variant komt in ongeveer 5% van de gevallen voor. Ontstaat de ziekte pas op latere leeftijd, dan is de erfelijke component vaak kleiner.
Bekijk het gesprek tussen professoren Erik Scherder en Dick Swaab over dit onderwerp.
Toekomstperspectief: voorkomen en behandelen
Om Alzheimer zo lang mogelijk uit te stellen, is het belangrijk om de hersenen al vanaf de vroege ontwikkeling te prikkelen. Tweetaligheid vanaf de babyleeftijd, bijvoorbeeld, stelt Alzheimer 5 jaar uit. Net zoals een goede scholing, een uitdagende baan en een hobby zoals schaken.
Naast preventie heeft ook het onderzoek naar Alzheimer de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Onderzoek naar de ziekte van. Er zijn nieuwe medicijnen ontwikkeld die de symptomen van de ziekte kunnen verlichten, en er wordt hard gewerkt aan nieuwe medicijnen en behandelingen die het ziekteproces kunnen stoppen of vertragen.
De slaapstoornissen, waarbij mensen overdag dutjes doen en ’s nachts gefragmenteerd slapen, onrustig worden en het bed verlaten, zijn de belangrijkste oorzaak van een opname in het verpleeghuis. Wetenschappers van het Nederlands Herseninstituut hebben gevonden dat deze problemen goed te behandelen zijn met meer licht in de leefomgeving (1000 lux) en 2.5 mg Melatonine voor het slapen gaan.
En er is meer om hoopvol over te zijn. Wetenschappers van het Nederlands Herseninstituut hebben recent ontdekt dat er ook in hersenen van oudere mensen nieuwe zenuwcellen aangemaakt worden. Dat zou betekenen dat je dit proces wellicht kan stimuleren om de degenererende hersenen van mensen met Alzheimer te ‘verjongen’. Weliswaar nog toekomstmuziek, maar een hoopvolle gedachte. Lees verder over deze en andere onderzoeken aan het Nederlands Herseninstituut.
(Als je hier geen video ziet staan, accepteer dan eerst marketing cookies via de knop “Toestemmingsvoorkeuren” linksonderaan.)
Welke onderzoeken naar Alzheimer doet het Nederlands Herseninstituut?
De Alzheimer-onderzoekers van het Herseninstituut hebben maar één doel: nieuwe manieren ontdekken om de ziekte te behandelen of te voorkomen. Daarvoor moeten ze wel exact weten wat er gebeurt in de hersenen, en waarom. Onderstaand een overzicht van de projecten en onderzoeken die momenteel worden uitgevoerd aan het Nederlands Herseninstituut. Zij worden mede gefinancierd door de Stichting Vrienden van het Herseninstituut.
Onderzoek naar het “verjongen” van hersencellen (neurogenese)
Er is heel lang gedacht dat een volwassen menselijk brein geen nieuwe zenuwcellen (neuronen) meer kan aanmaken. Wetenschappers hebben echter recent ontdekt dat er in hersenen van oudere mensen nog steeds nieuwe zenuwcellen aangemaakt worden. De vorming van nieuwe zenuwcellen tijdens de volwassenheid staat bekend staat als neurogenese. Het is het sterkst in de jonge jaren, en neemt geleidelijk af met het ouder worden. Bij mensen met de ziekte van Alzheimer is die afname dramatisch. Als onderzoekers begrijpen hoe het proces van neurogenese precies in elkaar steekt, wordt het wellicht mogelijk dat proces te stimuleren en hiermee alzheimer te bestrijden.
Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut zijn daarom met name geïnteresseerd in de rol die bepaalde moleculen daarbij spelen. Zo is bij eerder onderzoek al ontdekt dat het molecuul microRNA-132 nodig is voor de ontwikkeling van nieuwe zenuwcellen in het volwassen brein, en dat dit molecuul in de hersenen van alzheimerpatiënten minder aanwezig is. De volgende grote stap is om de werkzaamheid en veiligheid van microRNA-132 als behandeling bij de ziekte van Alzheimer te onderzoeken.
Lees verder: Herseninstituut – Ultraklein molecuul als nieuw target voor de ziekte van Alzheimer.
Onderzoek naar vroege fase van Alzheimer en de rol van lifestylefactoren
Aan het Nederlands Herseninstituut wordt tevens uitgebreid onderzoek gedaan naar de vroegste fase van de ziekte van Alzheimer. Wat blijkt? Het ziekteproces begint al op 40 tot 50-jarige leeftijd, ver voordat symptomen worden waargenomen. En nog verwonderlijker wellicht: er zijn mensen die volledig “gezond” door het leven gaan, maar wiens hersenen er na overlijden uit zagen eruit alsof ze een vergevorderd stadium van de ziekte van Alzheimer hadden. Waarom ontwikkelden deze mensen geen symptomen en lijken zij “weerbaar” tegen de ziekte van Alzheimer? Dat is de vraag die onderzoekers nu willen beantwoorden.
Het lijkt erop dat de hersenen in de vroegste fase van Alzheimer compenseren door harder te gaan werken. Die enorme activatie wordt in gang gezet door een paar moleculen die nu verder worden onderzocht om te zien of ze uiteindelijk ook in latere stadia van Alzheimer de hersenen nog kunnen stimuleren. En dat zou weer te maken kunnen hebben met een bepaalde levensstijl. Met een gezonde levensstijl, veel bewegen en actief blijven leren, blijven de hersencellen tijdens de veroudering beter functioneren en wordt de aanmaak van nieuwe neuronen mogelijk ook gestimuleerd. Ook muziek stimuleert het brein, zelfs nog bij demente patiënten.
Lees verder: Herseninstituut – Alzheimer zonder symptomen, hoe kan dat?
Onderzoek naar de vraag waarom vrouwen kwetsbaarder zijn voor Alzheimer
Vrouwen krijgen vaker Alzheimer, en niet alleen omdat ze gemiddeld ouder worden dan mannen. Het moleculaire proces dat daaraan ten grondslag ligt wordt in het Nederlands Herseninstituut onderzocht. Oorspronkelijk dacht men dat dit kwam door het plotselinge dalen van het hormoon oestrogeen tijdens de menopauze. Dat bleek bij nader onderzoek niet zo te zijn. Onderzoek naar de vroegste moleculaire veranderingen in de hersenen laten nu duidelijke verschillen tussen mannen er vrouwen zien. Er wordt gezocht naar mogelijkheden dit proces te beïnvloeden.
Lees verder: Kwetsbare vrouwen
Hersenweefsel ter beschikking stellen: De Nederlandse Hersenbank
De Nederlandse Hersenbank (NHB) is een onderdeel van het Nederlands Herseninstituut. Donoren van de NHB stellen hun hersenen na het overlijden ter beschikking aan het internationale onderzoek. Dit betreft patiënten met neurologische ziektebeelden zoals de ziekte van Alzheimer, andere vormen van dementie en multiple sclerose, patiënten met psychische aandoeningen zoals depressie, suïcide, schizofrenie, het chronisch vermoeidheidssyndroom of PTSD en ook patiënten zonder hersenziekten als vergelijkingsmateriaal. De NHB heeft materiaal voor onderzoek verstuurd naar 800 onderzoeksgroepen in 25 landen. Hier zijn vele honderden wetenschappelijke publicaties uit voortgekomen met nieuwe vondsten.
De NHB doek ook onderzoek naar de erfelijke variaties in het hersenmateriaal.
Aanmelden als hersendonor? Ga naar https://www.hersenbank.nl/
Wat willen we in de toekomst bereiken?
- Nieuwe onderzoeken op te zetten
- Nieuwe technologieën in te zetten (zoals technologieën om individuele cellen te kunnen bestuderen en op AI gebaseerde analyse tools)
- Apparatuur aan te schaffen
- Onderzoekers te financieren

Feiten over Alzheimer
1 op de 5 mensen krijgt dementie, waarvan 1 op de 3 vrouwen.
70% van alle mensen met dementie heeft Alzheimer.
In Nederland hebben naar schatting 196.000 mensen de ziekte van Alzheimer
Minder dan 5% heeft een puur erfelijke, vroege vorm van Alzheimer, maar erfelijke factoren spelen voor 50% bij alle Alzheimer patiënten een rol.
Alzheimer krijgt een enorme impact door de vergrijzing.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mensen hebben de ziekte van Alzheimer?
De meest voorkomende vorm van dementie is Alzheimer (70%). In Nederland hebben naar schatting 196.000 mensen deze aandoening. De verwachting is dat dit aantal hard gaat stijgen. Het aantal mensen met dementie gaat volgens Alzheimer Nederland stijgen naar ruim 500.000 in 2040. Als het percentage van mensen dat de ziekte van Azlheimer heeft rond de 70% blijft, gaat het om 350.000 mensen in Nederland.
Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) lijden er wereldwijd op dit moment ca. 55 miljoen mensen aan dementie.
Wat zijn de (eerste en latere) symptomen van Alzheimer?
- Vergeetachtigheid, vooral voor recente gebeurtenissen
- Slaapstoornissen
- Verwarring over tijd en plaats
- Problemen met het vinden van woorden
- Moeilijkheden met plannen en organiseren
- Problemen met het uitvoeren van dagelijkse taken
- Verlies van het vermogen om te praten
- Verlies van het vermogen om te lopen
- Verlies van het vermogen om te eten
- Verlies van het vermogen om zichzelf te verzorgen
- Incontinentie
Wat is de oorzaak van de ziekte van Alzheimer?
- Erfelijke aanleg: Erfelijkheid speelt een rol bij de ziekte van Alzheimer. Mensen met een familielid met Alzheimer hebben een verhoogd risico om de ziekte zelf te krijgen.
- Leeftijd: De kans op de ziekte van Alzheimer neemt toe met het ouder worden. Naarmate mensen ouder worden, neemt het aantal ziekte gerelateerde klachten toe.
- Levensstijl: Factoren die het risico op de ziekte van Alzheimer kunnen verhogen, zijn onder meer:
- Hoge bloeddruk
- Hoge cholesterol
- Diabetes
- Overgewicht
- Slechte voeding
- Te weinig lichaamsbeweging
Hoeveel verschillende vormen van Alzheimer/dementie zijn er?
Er zijn wel zo’n 50 verschillende vormen van dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is (70%). Andere vormen van dementie zijn o.a. vasculaire dementie en frontotemporale dementie. De stichting Alzheimer heeft een overzicht gemaakt van de meest voorkomende vormen van dementie en hun specifieke kenmerken.
Wat is het verschil tussen normale vergeetachtigheid en dementie of Alzheimer?
Neurodegeneratieve aandoeningen, zoals dementie of de ziekte van Alzheimer, verlopen echter fundamenteel anders. Dit zijn ingrijpende processen die gepaard gaan met duidelijke, opvallende signalen. Denk hierbij aan situaties die echt afwijken van normaal gedrag — zoals verdwalen in je eigen vertrouwde omgeving of ernstige geheugenproblemen waarbij gebeurtenissen uit het korte verleden volledig verdwijnen. Ook veranderingen in de persoonlijkheid kunnen optreden, waardoor iemand ingrijpend kan veranderen.
Bekijk het hele antwoord van Erik Scherder in deze video.
Kun je Alzheimer behandelen?
Onderzoek naar de ziekte van Alzheimer heeft in de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Alhoewel Alzheimer nog steeds niet te genezen is, zijn er nieuwe medicijnen en behandelingen ontwikkeld die het ziekteproces kunnen stoppen of vertragen.
Cholinesteraseremmers zijn medicijnen die bij een deel van de patiënten de cognitieve functie (geheugen, denken en redeneren) verbeteren en de achteruitgang van symptomen vertragen. Ze kunnen echter ook veel bijwerkingen hebben. Daarnaast zijn er medicijnen die kunnen worden gebruikt om symptomen van alzheimer te behandelen, zoals bijvoorbeeld antidepressiva.
Naast medicijnen zijn er ook andere behandelingen die kunnen helpen bij alzheimer. Deze behandelingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven. Denk aan het stimuleren van hersenfuncties door diverse therapieën.
Onderzoekers zijn hoopvol dat in de toekomst Alzheimer beter behandeld, uitgesteld of zelfs voorkomen kan worden. Hierbij speelt neurogenese – het proces waarbij nieuwe zenuwcellen worden gevormd in de volwassen hersenen- een belangrijke rol. Nieuwe zenuwcellen zouden in theorie de functie van beschadigde of verloren gegane zenuwcellen kunnen overnemen. Voordat het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe zenuwcellen een mogelijke therapie voor Alzheimer kan zijn is echter nog veel meer onderzoek nodig.
Zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen bij Alzheimer?
Ja, vrouwen hebben een hoger risico op Alzheimer dan mannen. Ongeveer twee derde van de mensen met Alzheimer is vrouw. De reden voor dit verschil is deels te verklaren doordat vrouwen ouder worden en deels door verschillen in de moleculaire veranderingen met de leeftijd bij vrouwen en mannen.
Lees verder: Kwetsbare vrouwen
Is Alzheimer erfelijk?
In minder dan 5% van de gevallen wordt Alzheimer uitsluitend veroorzaakt door een erfelijke afwijking. Mensen met zo’n erfelijke variant krijgen de ziekte vaak al rond het 40e of 50e levensjaar. Mensen met een familielid met Alzheimer hebben een verhoogd risico om de ziekte zelf te krijgen. Gemiddeld spelen genetische factoren bij alzheimer patiënten een rol van zo’n 50%.




