Psychiatrische hersenaandoeningen
Home > Wat wij doen > Hersenonderzoek financieren > Psychiatrische hersenaandoeningen

De toekomst van hersenonderzoek naar psychiatrische aandoeningen
De belangstelling voor psychische problemen in onze maatschappij is groter dan ooit. Dat kan ook niet anders als je bedenkt dat zo’n 3,3 miljoen mensen in Nederland tussen de 18 en 75 jaar aangaven hier het afgelopen jaar mee te kampen te hebben gehad. Ter vergelijking, puur op aantal: in Nederland leven ongeveer 1 miljoen mensen die kanker hebben (of hebben gehad). (Bron: IKNL)
Bron: Trimbos Instituut. Onderzoek Nemesis-3 2023. Volwassen = 18 – 75 jaar
Psychisch of psychiatrisch. Wat is het verschil?
De brede term psychisch verwijst naar alles wat met de geest te maken heeft, zoals ook lichtere en alledaagse mentale klachten. Er is niet altijd een officiële diagnose gesteld of medische behandeling nodig.
Psychiatrisch betekent met betrekking tot de psychiatrie, het medisch specialisme dat zich richt op diagnosticeren, behandelen en voorkomen van ernstigere mentale problemen. De term wordt gebruikt om aan te geven dat een ziektebeeld onder de zorg van een psycholoog en/of psychiater valt.
Psychiatrische aandoeningen zijn klachten waar mensen in het dagelijks leven echt aan lijden. Ze voldoen aan
vastgestelde medische criteria (DSM-classificatie). Psychiatrische aandoeningen vragen vaak om intensievere en soms langdurige behandeling door een psycholoog en/of psychiater, eventueel met medicatie. Voorbeelden zijn depressie, schizofrenie, bipolaire stoornis, ADHD (attention deficit hyperactivity disorder), OCS (obsessieve-compulsieve stoornis), PTSS (posttraumatische stressstoornis) en autisme.
Waarom hersenonderzoek naar psychiatrische stoornissen hard nodig is
Psychiatrische aandoeningen hebben grote invloed op het dagelijks leven van de patiënten én op de mensen om hen heen. De gevolgen reiken echter verder. Ze hebben namelijk ook grote impact op de gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en de economie. Die maatschappelijke schade is nog vele malen hoger dan de directe zorgkosten. Daarmee is het niet alleen een persoonlijk, maar ook een maatschappelijk probleem.
Het Nederlands Herseninstituut vervult, samen met samenwerkingspartners VU Amsterdam en het Donders Instituut Nijmegen, een voortrekkersrol in het wetenschappelijk onderzoek naar psychiatrische hersenziektes. Neurale netwerken zijn immers al sinds de oprichting het onderzoeksgebied van het Herseninstituut. Door het delen van kennis en een intensievere samenwerking tussen vakspecialisten verwacht het Herseninstituut flinke sprongen te maken in het onderzoek naar psychiatrische aandoeningen.
Wat gebeurt er in het brein bij psychiatrische stoornissen ?
“Wat gebeurt er in het brein bij depressie, autisme, schizofrenie of ADHD?
Over psychiatrische aandoeningen en neurodiversiteit weten we nog relatief weinig. Diagnoses worden nu vooral gesteld op basis van symptomen.
In het Herseninstituut onderzoeken we daarom wat er gebeurt op celniveau en welke neuronale netwerken betrokken zijn bij psychiatrische aandoeningen. Hoe meer we begrijpen van het brein, hoe beter we uiteindelijk nieuwe behandelstrategieën kunnen ontwikkelen.”
Bekijk de video van professoren Erik Scherder.
Diagnostiek is de eerste uitdaging in de psychiatrie
Het stellen van de juiste diagnose door psychiaters is de eerste uitdaging voor hersenonderzoekers. De diagnose van een psychiatrische aandoening gebeurt nu vooral via observatie, gesprekken en vragenlijsten, en niet door het meten van veranderingen in het lichaam of de hersenen. Als eenmaal een diagnose is gesteld, worden patiënten volgens zorgvuldig opgestelde richtlijnen behandeld. Helaas slaan bij een significant deel van de patiënten de behandelingen niet aan. Ze doorlopen een langdurig traject van proberen wat wél of wat niet werkt: een ‘trial and error’ proces.
Het probleem bij psychiatrische stoornissen is dat we niet goed weten wat er in de neurale netwerken van de hersenen precies misgaat. En welke rol leefstijl en erfelijkheid daarbij spelen. Op dergelijke vragen zoeken ruim 200 wetenschappers van het Nederlands Herseninstituut dagelijks naar antwoorden. Ze speuren vooral naar biomarkers, de cruciale sleutel in diagnostiek en behandeling.
De cruciale zoektocht naar biomarkers
Biomarkers zijn meetbare indicatoren in het lichaam, zoals eiwitten of cellen, die wijzen op de aanwezigheid van een ziekte. Bij hersenonderzoek kijken we ook naar hersenactiviteit en de verbindingen tussen hersengebieden.
Bij diagnose en behandeling van kanker wordt al volop gebruikgemaakt van biomarkers; de zogenaamde tumormarkers. Bij neurologische en psychiatrische aandoeningen is dat een stuk ingewikkelder. De oorzaak ligt diep in het brein verborgen, op cel- of moleculair niveau. Het vinden van unieke biomarkers is essentieel voor diagnose, prognose en behandeling van hersenaandoeningen.
Met name voor psychiatrische hersenstoornissen haalt het de diagnose uit de sfeer van “meningen” en brengt het naar de feiten. In de zoektocht van hersenwetenschappers naar deze biomarkers is de inzet van nieuwe technologieën veelbelovend.

Nieuwe technieken versnellen hersenonderzoek voor psychiatrische ziektes
Er is gelukkig goed nieuws te melden. Nieuwe technieken hebben voor een enorme sprong voorwaarts gezorgd. Wetenschappers kunnen hierdoor steeds dieper in de hersenen kijken en het onderzoeks- en analyseproces verloopt steeds sneller.
Voorbeelden van nieuwe technieken:
- Sterk verbeterde MRI’s en hoge resolutie scanners waarmee in het brein van levende mensen kan worden gekeken;
- Met behulp van licht (optogenetica) of chemische stoffen (chemogenetica) hersencellen ‘aan- en uitzetten’ voor onderzoek;
- In hersenweefsel van donoren op celniveau kijken naar microscopische veranderingen;
- Artificial Intelligence (AI) inzetten om geavanceerde data-analyses op grote schaal uit te voeren.
Door de combinatie van deze technieken kunnen hersenonderzoekers exact meten welke specifieke hersencellen verantwoordelijk zijn voor bepaald gedrag of bepaalde symptomen. Deze kennis kunnen ze dan ook vertalen naar de mens. Het wordt hierdoor mogelijk om zeer gerichte therapieën, zoals gentherapie, te ontwikkelen die alleen de zieke cellen aanpakken en de rest van het brein ongemoeid laten.
Hoge resolutie 7 Tesla MRI scanner
Veelbelovende resultaten voor o.a. depressie, OCD en andere aandoeningen
De onderzoekers van het Herseninstituut willen doorgronden hoe de hersenen werken en wat de diepere oorzaken van psychiatrische aandoeningen zijn. Door deze diepere oorzaken te ontrafelen, hopen zij uiteindelijk de weg vrij te maken voor betere diagnoses en behandelingen.
Hieronder lees je meer over twee belangrijke onderzoekthema’s, die door de Stichting Vrienden van het Herseninstituut (mede) worden gefinancierd.
Depressie en suïcide:
Op veel fronten boekt het onderzoek naar depressie en suïcidaliteit belangrijke vooruitgang. Zo hebben
onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut ontdekt dat mensen met een depressie afwijkende cellen (biomarkers) hebben in bepaalde hersengebieden. Ook blijkt dat mensen met suïcidale neigingen weer andere afwijkende cellen hebben. Waar de huidige behandeling vaak nog ‘schieten met hagel’ is, maken deze ontdekkingen de weg vrij voor precisiebehandeling die zich alleen richt op de afwijkende cellen en chemische boodschappers.
Zie de uitzending van NTR Focus op 9 septemer 2025:
Daarnaast laat onderzoek naar de relatie tussen depressiviteit en ontstekingen in het brein zien, dat bepaalde immuuncellen bij depressie niet overactief, maar juist te passief zijn. De verminderde activiteit kan mogelijk leiden tot problemen met het aanmaken van nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen, wat een belangrijke factor is bij depressie. Het weer activeren van deze cellen biedt een kans voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.
De link tussen slapeloosheid, angst en depressie:
Andere onderzoeksthema's
Meer goed nieuws: drie nieuwe initiatieven
Daarnaast is het onderzoek naar psychiatrische ziektebeelden flink opgeschaald door de oprichting van drie nieuwe initiatieven: iCNS, NND en eBrains.
iCNS - Institute for Chemical Neuroscience
Het iCNS is een ambitieus samenwerkingsproject van het Nederlands Herseninstituut, de Nederlandse Hersenbank, meerdere universiteiten en UMC’s. Het onderzoeksproject is gericht op het ontrafelen van de moleculaire mechanismen achter psychiatrische aandoeningen en het vinden van de eerdergenoemde biomarkers. Het iCNS is uniek in Europa. Het Kabinet vindt dit onderzoek zo relevant dat ruim 23 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor de ontwikkeling van een moleculaire ‘hersenatlas’ voor psychiatrische symptomen.

Uitgelicht: Hersenatlas van psychiatrische aandoeningen
Consortiumleider Inge Huitinga, directeur van de Nederlandse Hersenbank, teamleider van de onderzoeksgroep Neuro-Immunologie aan het Nederlands Herseninstituut en bijzonder hoogleraar Neuro-Immunologie aan de UvA: ‘De relatie tussen veranderingen in het hersenweefsel en de symptomen van patiënten is erg complex. We zijn niet goed op de hoogte van de specifieke cellen, hersennetwerken en moleculaire processen die verantwoordelijk zijn voor de psychiatrische symptomen en klachten bij patiënten met een hersenziekte. Sommige symptomen komen bij verschillende aandoeningen voor en het klinische plaatje kan er per patiënt heel anders uitzien. Iemand kan bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer of frontotemporale dementie hebben, maar ook depressieve symptomen ervaren. Dit kan leiden tot verkeerde diagnoses.’

‘Door de krachten te bundelen tussen verschillende disciplines, waaronder neurobiologie, scheikunde, datawetenschap en de psychiatrie, hopen we uiteindelijk meer duidelijkheid te krijgen over wat er precies gebeurt in de cellen. Dit willen we samenbrengen tot een moleculaire ‘hersenatlas’. Het doel is om biomarkers te ontwikkelen voor de diagnose, prognose, en uiteindelijk behandeling van de hersenaandoeningen waar veel mensen aan lijden. Als we beter weten wat er precies misgaat in de hersenen, dan kunnen we straks gericht in het bloed of met een PET scan gaan meten om zo vast te stellen wat er aan de hand is. Hierdoor kunnen we toe naar een meer gepersonaliseerde aanpak, ook wel ‘personalized medicine’ genoemd.’
Netherlands Neurogenomics Database (NND)
Opvallend is dat een hersenziekte bij ieder persoon een ander verloop heeft. Erfelijkheid lijkt hierbij een rol te spelen. Tot nu toe is er nog weinig kennis over hoe genen het ontstaan en verloop van psychiatrische hersenziekten kunnen beïnvloeden.

Neurogenomics is de wetenschap die bestudeert hoe ons genetische ‘bouwplan’ onze hersenen stuurt en hoe afwijkingen in dit bouwplan kunnen leiden tot hersenziekten.
De NND, een samenwerking tussen het Nederlands Herseninstituut en de Universiteit van Groningen, bevat gegevens van ongeveer 3.000 hersendonoren. Ieder donorbrein is verrijkt met extra gegevens zoals klinische informatie (symptomen, diagnoses), pathologische gegevens (wat zien we na overlijden in het hersenweefsel) en – cruciaal – genetische data uit het DNA van de donor. Dit DNA is extra waardevol want bepaalde symptomen (angststoornis, depressiviteit) komen bij verschillende hersenaandoeningen voor. Juist de combinatie van al deze gegevens maakt de NND uniek en een ware goudmijn voor onderzoekers. Ze geven een beter beeld hoe erfelijkheid, hersenveranderingen en psychiatrische klachten samenhangen.
Waargebeurd verhaal: 'Brain on fire’
Het boek ‘Brain on fire’ is een waargebeurd verhaal en bewijst hoe levensreddend het koppelen van klinische symptomen, genetische data en pathologische veranderingen in het hersenweefsel kan zijn.
De succesvolle jonge journaliste Susannah Cahalans van de New York Post schreef dit autobiografisch boek dat ook is verfilmd. Susannah leed aan een ziekte die haar brein ernstig aantastte, maar niet werd herkend. Ze leed aan ernstige hallucinaties, paranoïde gedachten en lichamelijke klachten. Na uitgebreid onderzoek kreeg ze de diagnose ‘psychotisch’.
Zonder de inzet en verder onderzoek van de neuroloog Najjar zou ze waarschijnlijk zijn overleden aan een hersenontsteking. Ze bleek te lijden aan een zeldzame auto-immuunziekte die het brein aantast. Door het ontbreken van antilichamen raakte ze in een psychose. Ze heeft het overleefd dankzij de juiste behandeling. Haar verhaal biedt een uniek perspectief op de werking van het brein en de kwetsbaarheid van ons gezond verstand.
Onlangs bezocht Susannah Cahalans de Nederlandse Hersenbank.

eBrains - Neurotech: Technologie voor het brein
Een groot nieuw Europees onderzoeksconsortium, waar het Nederlands Herseninstituut deel van uitmaakt, gaat de ontwikkeling van de volgende generatie hersentechnologie versnellen. Hersentechnologie (neurotech) is een jonge wetenschap die technologie rechtstreeks verbindt met de hersenen.

Bij eBrains werken experts op het gebied van nanotechnologie, neurowetenschappen en computertechnologie. Hun doel: het ontwerpen van slimmere, kleinere en duurzamere brain-computer interfaces. Dankzij slimme computertechnologie kunnen onderzoekers steeds beter een koppeling maken tussen het brein en externe apparaten. Deze technologie opent de deur naar een nieuwe generatie behandelingen – ook voor psychiatrische ziektes.
Neurale biomarkers ontdekt voor obsessieve-compulsieve stoornis
Voor het eerst hebben onderzoekers een duidelijke biologische marker voor OCS in de hersenen gevonden. OCS is een psychiatrische aandoening waarbij mensen last hebben van dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies). Een bekend voorbeeld is smetvrees: iemand is dan voortdurend bang om besmet te raken (de obsessie) en voelt zich gedwongen om steeds opnieuw handen te wassen (de compulsie).
Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut en Amsterdam UMC hebben voor het eerst in kaart gebracht wat er in neurale netwerken diep in de hersenen gebeurt tijdens dwanggedachte en -handeling. Met behulp van elektroden geïmplanteerd in het brein zagen ze hoe specifieke hersengolven actief werden. Deze hersengolven dienen als biomarker (meetbare indicator) voor obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) en zijn een belangrijke stap richting gerichtere behandelingen. Dit is uniek omdat het in de psychiatrie bijna nooit mogelijk is om een symptoom zo direct te koppelen aan hersenactiviteit. Deze biomarker kunnen we mogelijk in de toekomst gebruiken voor behandelingen van OCS.

Welke doorbraken mogen we de komende 10 jaar verwachten
Alle nieuwe ontwikkelingen zijn veelbelovend voor de psychiatrische zorg. Onderzoekers verwachten de komende tien jaar een beter inzicht te krijgen in de biologische basis van psychiatrische symptomen. Zij kijken daarbij specifiek naar de relatie met genetische kwetsbaarheid en omgevingsfactoren.
Dit moet ertoe leiden dat:
- Er biomarkers worden ontdekt voor psychiatrische aandoeningen;
- Diagnoses sneller en nauwkeuriger gesteld kunnen worden;
- We beter begrijpen waarom bepaalde behandelingen per patiënt anders werken;
- Onderzoekers op basis van hersenactiviteit kunnen voorspellen welke behandeling de meeste kans van slagen heeft.
Samenwerking met de psychiatrie



