De ziekte van Parkinson

Wat is de ziekte van Parkinson?

De ziekte van Parkinson is een ongeneeslijke hersenaandoening, die helaas steeds vaker voorkomt. Wereldwijd zijn er inmiddels zo’n 11,8 miljoen mensen die leven met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme, waarvan er alleen al in Nederland 67.000 wonen. (Bron: Parkinsonnet.nl). 

De meeste mensen denken bij Parkinson meteen aan trillen en bewegingsklachten. De ziekte begint echter waarschijnlijk al jaren eerder op heel andere plekken in het lichaam.  De onderzoekers van het Herseninstituut willen daarom een vroegere diagnose en eerdere en betere behandeling mogelijk maken. 

Kimberly Pieters
Dit artikel is gecheckt door

Kimberly Pietersz is postdoctoraal onderzoeker in de onderzoeksgroep “Neuroregeneratie” aan het Nederlands Herseninstituut, Amsterdam.

Laatste update: 26 augustus 2026

Symptomen van Parkinson

De ziekte van Parkinson is veel meer dan alleen de bekende bewegingsstoornis. De allereerste signalen van de ziekte zien er heel anders uit:

Geen van deze klachten betekent automatisch dat je Parkinson hebt. Maar samen kunnen ze een vroeg signaal zijn. Naarmate de ziekte vordert, kunnen ook andere hersenfuncties aangetast worden en wordt Parkinson een complexere ziekte met bredere symptomen:

Overigens zijn er meer misvattingen over de ziekte van Parkinson. Zo wordt vaak gedacht dat Parkinson bij iedereen hetzelfde verloopt, terwijl het ziektebeeld en de progressie sterk individueel verschillen. En hoewel de meeste mensen de diagnose krijgen na hun 50e of 60e levensjaar, is het zeker niet alleen een ouderdomsziekte: een kleine groep jonge mensen (tussen de 5 en 10%) heeft zogenaamd “Young onset Parkinson (jong-begin-Parkinson)“.

Mogelijke oorzaken van Parkinson

In veel informatiebronnen lezen we dat de ziekte van Parkinson ontstaat door afstervende dopaminecellen in de zwarte kern van onze hersenen (de substantia negra). Onderzoek laat echter zien dat bij diagnose na overlijden maar 30% is afgestorven (Bron: Burke et al). Het echte probleem zit in de beschadiging van de uitlopers van deze hersencellen (de axonen) die signalen doorgeven naar een ander belangrijk hersengebied (het striatum). (Bron: Cramb et al)

Slechts 5 tot 10% van de mensen met de ziekte van Parkinson heeft een erfelijke vorm. Er zijn inmiddels diverse genen geïdentificeerd die het risico op het krijgen van Parkinson verhogen. Als de ziekte voorkomt bij een eerstegraads familielid — zoals een ouder, broer of zus — verdrievoudigt dit het risico om zelf ook de ziekte te ontwikkelen. Genen lijken vooral een rol te spelen bij mensen die de diagnose Parkinson op jonge leeftijd krijgen.

Voor de overige 90% en meer is nog niet precies bekend wat de ziekte veroorzaakt. Er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan bepaalde stoffen in de omgeving, zoals pesticiden en zware metalen, het risico op Parkinson kan vergroten. Er is echter nog te weinig onderzoek gedaan naar de directe invloed van pesticiden op de ontwikkeling van Parkinson, om dit met zekerheid te kunnen zeggen. Zie ook: “Welke onderzoeken doet het Nederlands Herseninstituut”.

Toekomstperspectief voor behandeling

Er zijn diverse medicijnen beschikbaar die de symptomen van de ziekte van Parkinson kunnen verlichten. Zo kun je in het begin van de ziekte medicijnen toedienen die omgezet worden in dopamine in de hersenen, de zogenaamde dopamine-agonisten. Echter, genezen doen deze medicijnen niet, ze verlichten alleen symptomen.

Er is inmiddels wel een nieuwe test die kan aantonen of iemand het eiwit heeft dat bij Parkinson een rol speelt (alfa-synucleïne). Dat helpt bij het stellen van de diagnose. Waar we nog niet zijn: een manier om exact te meten hóé snel de ziekte bij iemand vordert, wat cruciaal is om te bewijzen dat een nieuw medicijn de ziekte echt afremt

Wetenschappers van het Nederlands Herseninstituut willen de échte oorzaak begrijpen. Zij werken aan meerdere hoopgevende onderzoeken, die vroege diagnose en nieuwe behandelingen voor de ziekte van Parkinson mogelijk maken. Zij worden mede gefinancierd door de Stichting Vrienden van het Herseninstituut.

(Als je hier geen video ziet staan, accepteer dan eerst marketing cookies via de knop “Toestemmingsvoorkeuren” linksonderaan.)

Welke onderzoeken naar Parkinson doet het Nederlands Herseninstituut?

Wat Parkinson-onderzoek aan het Herseninstituut uniek maakt, is de diversiteit aan onderzoek die mogelijk gemaakt wordt.  De belangrijkste reden hiervoor is dat onderzoekers de beschikking hebben over uniek hersenweefsel van de Nederlandse Hersenbank. Bij de Hersenbank, onderdeel van het Herseninstituut, wordt gemiddeld van zo’n 30 hersendonoren per jaar met de ziekte van Parkinson post-mortem hersenweefsel verzameld. Dat materiaal wordt vervolgens verdeeld, wat neerkomt op ongeveer 1000 weefselzendingen per jaar naar Parkinson-onderzoekers wereldwijd.

Dit zijn de onderzoeken die we momenteel zelf doen:

Hersenonderzoeker Dr. Ling Shan onderzoekt verschillen in hersenweefsel van overleden donoren die tijdens hun leven in verschillende stadia van de ziekte verkeerden:

Door deze groepen met elkaar te vergelijken, heeft hij ontdekt dat de stof histamine een belangrijke rol speelt in een ontsteking van de hersenen. Deze ontsteking draagt bij aan het verergeren van de ziekte van Parkinson.

In een vervolgonderzoek is in de hersenen van een diermodel de werking van de stof histamine geblokkeerd. Door het blokkeren van histamine stopte de verergering van de ziekte van Parkinson. Dit biedt aanknopingspunten voor een eerdere diagnose en eerdere behandeling van de ziekte van Parkinson.  

Hoewel er al langere tijd vermoedens zijn, is er nog steeds weinig onderzoek gedaan naar de directe invloed van pesticiden op de ontwikkeling van Parkinson. Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut, het Radboudumc en het RIVM stellen daarom een nieuwe, uitgebreide testprocedure voor. Door een systematische aanpak willen onderzoekers inzicht krijgen in de potentiële risico’s van pesticiden voor de menselijke gezondheid, met name in verband met neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson.

In de neurodegeneratiegroep werken Kimberly Pietersz en Fred de Winter aan de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve medicijnen, gericht op gentherapie tegen Parkinson.

Met gentherapie kun je beschadigde hersencellen “repareren” (neuroregeneratie). Het werkt zo: Via een (ongevaarlijk) virus, ook wel vector genoemd, wordt gezond genetisch materiaal in de hersenen gebracht. Daar kan het gezonde gen dan helpen om de beschadigde cellen te vervangen of om de productie van toxische eiwitten (zoals het alpha-synucleine) te stimuleren. Bij proefdieren kan dit al, maar bij mensen zijn we nog niet zover. Hier moeten we nog meer onderzoek naar doen.

Luister naar de uitleg van Professor Joost Verhaagen over het repareren van zenuwcellen (start Parkinson bij 28:15).

(Als je hier geen video ziet staan, accepteer dan eerst marketing cookies via de knop “Toestemmingsvoorkeuren” linksonderaan.)

Samen met collega’s van Amsterdam UMC onderzoekt de onderzoeksgroep van Francesca Siclari REM-slaapgedragsstoornis (RBD), waarbij ook mensen meedoen die mogelijk in de toekomst Parkinson ontwikkelen.

Heb je een vraag voor de onderzoekers?
Stel deze rechtstreeks aan:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Kijk ook bij de veelgestelde vragen op deze pagina.

Wat willen we in de toekomst bereiken?

Onderzoekers hopen dat door verder onderzoek het mogelijk wordt om Parkinson eerder te diagnosticeren, eerder te behandelen, te vertragen en zelfs om Parkinson te voorkomen. Dit onderzoek is kostbaar. Donaties zijn essentieel om dit baanbrekende onderzoek te kunnen blijven doen. Donaties worden gebruikt om:

Nieuws en persoonlijke verhalen

Een gestyleerde foto van DNA bij een artikel over onderzoek naar genterapie bij Parkinson

Gentherapie voor de ziekte van Parkinson

Landbouwvoertuig dat bestrijdingsmiddel sproeit

Glyfosaat en Parkinson: ontbreekt er bewijs?

Veelgestelde vragen over de ziekte van Parkinson

De meeste mensen denken bij Parkinson meteen aan trillen. Maar vaak beginnen de eerste signalen jaren eerder, en zien ze er heel anders uit:
  • Je ruikt minder goed
  • Je bent ’s nachts onrustig en “beleeft” je dromen fysiek (slaan, schoppen, praten): zogenaamde REM-slaapgedragsstoornis (RBD)
  • Je hebt al langere tijd last van verstopping
Geen van deze klachten betekent automatisch dat je Parkinson hebt. Maar samen kunnen ze een vroeg signaal zijn.

De grootste misvatting is dat Parkinson vooral “trillen” is. In werkelijkheid is trillen maar één van de vele mogelijke klachten, en niet iedereen met Parkinson trilt. Denk ook aan reukverlies, stemmingsklachten en veranderingen in beweging die niets met trillen te maken hebben.

Andere veelvoorkomende misvattingen: dat het alleen een ziekte van ouderen is (er is ook jong-begin-Parkinson), en dat de ziekte bij iedereen hetzelfde verloopt, terwijl het ziektebeeld en de progressie sterk individueel verschillen.

Parkinsonisme is de verzamelnaam voor alle aandoeningen die op Parkinson lijken. De ziekte van Parkinson is daarvan de bekendste en meest voorkomende vorm.

 

Slechts 5 tot 10% van de mensen met Parkinson heeft een erfelijke vorm.  Daarbij kun je mutaties zien in het DNA. Van andere vormen van de ziekte van Parkinson is de oorzaak nog onbekend.

Over het algemeen wordt de ziekte van Parkinson vaker geconstateerd bij mannen dan bij vrouwen, maar vrouwen overlijden eerder en de ziekte verergert sneller bij hen. 

Mannen rapporteerden meer rigiditeit, spraakproblemen, seksuele disfunctie, geheugenproblemen en problemen met socialiseren dan vrouwen.

Bron: Studie “Sex Differences in Parkinson’s Disease: From Bench to Bedside” 

Parkinson en Alzheimer lijken heel verschillend, maar hebben iets belangrijks gemeen: in beide ziekten stapelen zich verkeerd gevouwen eiwitten op in de hersenen, die geleidelijk hersencellen beschadigen. Sommige mensen met Parkinson ontwikkelen op latere leeftijd ook geheugenproblemen, wat de overlap tussen beide ziekten laat zien.

Onderzoekers moeten een lastige keuze maken: bij wie test je een nieuw medicijn? Slechts 5 tot 10% van de mensen met Parkinson heeft een erfelijke vorm. Voor de overige 90% is nog niet precies bekend wat de ziekte veroorzaakt — waardoor het moeilijker is om daar gericht medicijnen voor te ontwikkelen.

Een voorbeeld: een veelbelovend medicijn (BIIB122) bleek onlgangs niet te werken bij een brede groep patiënten. Onderzoekers gaan nu verder testen bij een kleinere groep met een specifieke genetische afwijking. Dat is goed nieuws voor die groep, maar laat ook zien hoe moeilijk het is om iets te vinden dat voor iedereen werkt.

Nee, gentherapie is veilig. De virale vector die we gebruiken is uitgebreid getest en een vergelijkbare vector wordt al met succes gebruikt om de neuromusculaire ziekte spinale spieratrofie te behandelen.

De afgelopen jaren hebben zich zoveel mensen met de ziekte van Parkinson als hersendonor geregistreerd, dat de Hersenbank momenteel tijdelijk geen nieuwe Parkinson-donoren zoekt.  Er wordt juist wél gezocht naar mensen zónder de ziekte van Parkinson die hun hersenen willen doneren aan de wetenschap. Deze gezonde donoren zijn onmisbaar voor onderzoek: door hersenweefsel van mensen met Parkinson te vergelijken met dat van mensen zonder de ziekte, kunnen onderzoekers beter begrijpen welke veranderingen bij Parkinson horen. Zodra  je je weer kan melden als hersendonor met Parkinson vindt u hier een link. 


Ontvang je maandelijkse dosis ‘food for thought’

Meld je aan voor de nieuwsbrief