Depressie en suïcide

Depressie: een ernstige hersenziekte

In Nederland krijgt één op de vier volwassenen ooit in hun leven te maken met een depressie. Als je depressief bent, voel je je erg somber, zie je tegen veel dingen op en heb je minder plezier en interesse in de wereld om je heen. Deze gevoelens zijn intens en continu aanwezig.

Dit artikel is gecheckt door
Dick Swaab is arts, neurobioloog en hersenonderzoeker aan het Nederlands Herseninstituut.

Wat is een depressie?

Mensen die lijden aan een depressie stellen zich niet aan, maar hebben een serieuze hersenziekte. Er is sprake van veranderingen in de hersencellen en de moleculen in de hersenen. Ook zijn de verbindingen tussen hersencellen anders. Decennialang onderzoek met humaan hersenweefsel van de Nederlandse Hersenbank, uitgevoerd door professor Dick Swaab, heeft aangetoond dat er veranderingen zijn in verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij het stresssysteem. We spreken dan van een hyperactief stresssysteem.

(Als je hier geen video ziet staan, accepteer dan eerst marketing cookies via de knop “Toestemmingsvoorkeuren” linksonderaan.)

Symptomen van depressie

Een depressie komt in veel vormen voor, zoals lichte en zware depressies, chronische depressies, seizoensgebonden stemmingsstoornissen, of manische depressiviteit (bipolaire stoornis). Per patiënt zien we dat andere systemen betrokken zijn bij de depressie. Onderstaande symptomen kunnen dan ook sterk variëren van persoon tot persoon:

Verhoogd risico op zelfdoding

Depressieve mensen hebben tevens een sterk verhoogd risico op zelfdoding. Dat bekent niet dat iedereen met een depressie overgaat tot zelfdoding, blijkt uit ander onderzoek van Lin Zhang aan het Nederlands Herseninstituut. Zo hebben mensen met een depressie en suïcidale mensen afwijkende cellen in bepaalde hersengebieden. De meeste mensen met een depressie willen niet dood, maar willen gewoon dat de somberheid stopt.

Zie de uitzending van NTR Focus op  9 septemer 2025

Vrouwen twee keer zo gevoelig voor depressie

Vrouwen hebben twee keer zoveel kans op een depressie als mannen. De motor voor het centrale stresssysteem is het hormoon CRH (Corticotropin-releasing hormone). Onderzoek heeft laten zien dat vrouwelijke hormonen het CRH stimuleren en zo dit centrale stresssysteem in een hogere versnelling zetten.

Mannelijke hormonen remmen CRH, en zo daalt de activiteit in het stresssysteem. Dit verklaart de verhoogde gevoeligheid voor depressie bij vrouwen.
Daarnaast doen tweemaal zoveel vrouwen als mannen een poging tot zelfdoding, maar twee maal zoveel mannen als vrouwen slagen hier in. Dit laatste komt doordat de mannelijke hormonen vaker geassocieerd worden met agressieve suïcidemethodes.

Mogelijke oorzaken van depressiviteit

Een hyperactief stresssysteem kan ontstaan als gevolg van meerdere factoren. Je genetische achtergrond kan zo’n factor zijn, maar ook een tekort aan voeding tijdens de zwangerschap door een slechte placentafunctie. Verwaarlozing of misbruik in de vroege jeugd kan eveneens leiden tot een hyperactief stresssysteem. Tot slot kunnen de aanwezigheid van andere (psychische of psychiatrische) aandoeningen of sociale en omgevingsfactoren een rol spelen.

Zulke factoren zorgen voor een kwetsbaarheid in de hersenen. Als zich een sterke stressvolle situatie voordoet, schieten mensen met deze kwetsbaarheid door hun overactieve stresssystemen in een depressie.

Toekomstperspectief voor behandeling

Voor mensen die lijden aan een depressie zijn er diverse behandelopties beschikbaar. De Hersenstichting heeft hiervan een mooi overzicht gemaakt.

Bij zwaardere depressies wordt regelmatig een combinatie van psychotherapie en medicijnen (antidepressiva) ingezet. Antidepressiva kunnen de communicatie tussen hersencellen verbeteren. In Nederland gebruiken 1,2 miljoen mensen antidepressiva. Het aantal jongeren tussen 8-18 jaar dat antidepressiva slikt, is sinds 2018 met 29% toegenomen, niet alleen tegen somberheid en depressie, maar ook tegen angst- en dwangstoornissen. Veel van deze medicijnen verhogen het niveau van de neurotransmitter serotonine in de hersenen. Ondanks dat het serotonineniveau direct na de start met de medicijnen snel verhoogd wordt, kan het weken duren voordat patiënten zich beter voelen. Dit komt doordat er eerst veel moleculaire processen in het brein in gang moeten worden gezet. Dit betekent ook dat een laag serotonine niveau niet dé oorzaak is van een depressie. Zoals eerder gezegd: meerdere factoren spelen een rol.

Psychotherapie werkt op een vergelijkbare manier: door onze gedachten en gedrag te veranderen, kunnen we ons stresssysteem kalmeren. Als andere behandelingsopties niet werken, zijn sommige mensen gebaat bij hersenstimulatie en magnetische stimulatie. Ook lichttherapie kan helpen.
Ondanks alle behandelingsmogelijkheden blijft een aanzienlijk deel van de patiënten kampen met depressieve klachten. De schattingen lopen uiteen van 30% tot zelfs 50% van de patiënten. Er is dus een dringende behoefte aan nieuwe en/of betere behandelmethoden met minder bijwerkingen. De onderzoekers van het Herseninstituut zetten zich hier voor de volle 100% voor in. Onderstaand een overzicht van diverse projecten en onderzoeken. Zij worden mede gefinancierd door de Stichting Vrienden van het Herseninstituut.

Welke onderzoeken naar depressie en suïcide doet het Nederlands Herseninstituut?

Dr. Lin Zhang, een hersenonderzoekster uit het team van professor Dick Swaab, is na jarenlang onderzoek naar de moleculaire achtergrond van depressie en suïcidaliteit, op baanbrekende conclusies gestuit. Een unieke verzameling hersenweefsel van de Nederlandse Hersenbank, afkomstig van zowel mensen met een psychiatrische aandoening als gezonde controles, vormt de basis voor haar werk. Hieruit blijkt dat mensen met een depressie afwijkende cellen hebben in bepaalde hersengebieden. Ook blijkt dat mensen met suïcidale neigingen weer andere afwijkende cellen hebben dan diegene zonder. In de hersenen kun je dus:

  1. Zien of iemand depressief is of niet.
  2. Zien of deze persoon in staat is tot zelfdoding.

Maar Lin wil door naar de volgende stap: de behandeling. De huidige behandeling van depressie is eigenlijk schieten met hagel. Beter is het om alleen die cellen aan te pakken die afwijken. Met dat vervolgonderzoek is Lin nu bezig. Maar Lin wil door naar de volgende stap: de behandeling. De huidige behandeling van depressie is eigenlijk schieten met hagel. Beter is het om alleen die cellen aan te pakken die afwijken. Met dat vervolgonderzoek is Lin nu bezig.

Zie deze uitzending van NTR Focus: https://www.youtube.com/watch?v=lzWfb2nsxeU

Met dank aan dezelfde unieke collectie hersenweefsel heeft Dr. Lin Zhang óók intensief onderzoek gedaan naar de rol van het acetylcholine-systeem (een cruciale chemische boodschapper in de hersenen) bij psychiatrische patiënten. Dit onderzoek is nu in de afrondende fase. De resultaten zijn direct vertaalbaar naar de praktijk: op basis van dit weefselonderzoek kunnen is het nu mogelijk concrete medische adviezen te geven aan de Psychiatrie voor een effectievere behandeling van deze patiëntgroepen.

Lees verder: De stille zoektocht naar antwoorden: het onderzoek van Lin Zhang.

Slapeloosheid, angst en depressie zijn drie veel voorkomende hersenaandoeningen. Het is opvallend hoe vaak deze klachten samen voorkomen. Dat is geen toeval. Hoewel verschillende hersengebieden los van elkaar lijken te staan, vormen ze in werkelijkheid één gezamenlijk circuit. Je kunt dit zien als een puzzel waarbij elk gebied een eigen stukje van onze kwetsbaarheid vertegenwoordigt. Juist in die samenwerking ligt de sleutel. Zo zien we dat het gericht aanpakken van slapeloosheid soms ook een depressie kan verbeteren. Door te begrijpen hoe deze gebieden met elkaar verbonden zijn, kunnen we behandelingen ontwikkelen die niet alleen symptomen bestrijden, maar de aandoening echt bij de kern aanpakken.

Eerder onderzoek aan het Nederlands Herseninstituut liet zien dat patiënten met depressies veranderde ontstekingswaarden hebben. Depressiviteit is al vaker in verband gebracht met chronische ontstekingsziekten, zoals reuma, darmziekten en multiple sclerose. Deze resultaten suggereerden dat ontsteking een rol zou kunnen spelen bij depressie.

In een nieuw onderzoek van het onderzoeksteam van Inge Huitinga is er gekeken in post-mortem humaan hersenweefsel van mensen met een depressie. Dit hersenweefsel is afkomstig van donoren die hun hersenen na overlijden hebben gedoneerd aan de Nederlandse Hersenbank.

In dat onderzoek vond men in plaats van een verhoogde activiteit van immuuncellen (microglia), juist minder actieve immuuncellen bij mensen met depressie. De verminderde activiteit van de microglia kan mogelijk leiden tot problemen met het aanmaken van nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen, wat een belangrijke factor is bij depressie. Door te begrijpen waarom de microglia minder actief zijn, kunnen onderzoekers in de toekomst wellicht nieuwe medicijnen ontwikkelen die deze cellen weer kunnen activeren.

Lees verder over de relatie tussen depressie en ontstekingen van het brein.

In 2024 is een nieuw landelijk instituut opgericht, het iCNS, waar onderzoek wordt gedaan naar humaan hersenweefsel van neuro-psychiatrische patiënten. Dit hersenweefsel wordt verzameld door de Nederlandse Hersenbank.

Binnen dit instituut werken neurobiologen, chemici, psychiaters en data-wetenschappers van de het Nederlands Herseninstituut, de Universiteiten van Amsterdam, Leiden, Utrecht en Groningen, de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Erasmus Universiteit in Rotterdam samen met patiënten om de onderliggende biologische mechanismen van psychiatrische ziektebeelden te onderzoeken. De meest moderne moleculaire analysetechnieken worden op het humane hersenweefsel toegepast en vervolgens gecombineerd met artificiële intelligentie van alle patiëntgegevens. Het doel is om cruciale doorbraken in het onderzoek naar psychiatrische symptomen te forceren.

Heb je een vraag voor de onderzoekers?
Stel deze rechtstreeks aan:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Kijk ook bij de veelgestelde vragen op deze pagina.

Twee soorten donoren nodig

Het doel van de onderzoekers van het Herseninstituut is om nieuwe manieren te ontdekken om depressie en aanleg voor suïcide te behandelen of te voorkomen. Daarvoor moeten ze wel exact weten wat er gebeurt in de hersenen.
Dit onderzoek is kostbaar. Steun van donateurs is essentieel om dit baanbrekende onderzoek te kunnen blijven doen. Donaties worden gebruikt om:

Daarnaast zijn er ook mensen nodig die hun hersenen willen doneren aan de Nederlandse Hersenbank: zowel gezonde donoren als donoren met een hersenziekte. Zie de uitleg in de video. (Als je hier geen video ziet staan, accepteer dan eerst marketing cookies via de knop “Toestemmingsvoorkeuren” linksonderaan.)

Nieuws en persoonlijke verhalen

Interview met professor Dick Swaab over nieuw hersenonderzoek waaruit blijkt dat suïcidaliteit een eigen proces kent in het brein. Copyright: Telegraaf.nl

Telegraaf: ‘Doodswens laat opvallend spoor achter in de hersenen’

Lot de Witte: Waarom griepsymptomen helpen bij depressieonderzoek

Veelgestelde vragen over depressie en suïcide

Onderzoek met humaan materiaal van de Nederlandse Hersenbank, uitgevoerd door Dick Swaab, heeft aangetoond dat er veranderingen zijn in verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij het stresssysteem. Deze hersengebieden omvatten de hypothalamus, amygdala, prefrontale cortex en hippocampus. Vermoedelijk speelt een centraal hersengebied, de bed nucleus van de stria terminalis, een sleutelrol bij angst, een symptoom dat vaak optreedt bij depressie. Neurotransmitters, hormonen en groeifactoren zoals noradrenaline, PACAP, vasopressine, oxytocine, CRH, cortisol en BDNF lijken hierin een rol te spelen, en andere mogelijke factoren worden onderzocht.
In Nederland krijgt ongeveer een kwart van de volwassenen van 18-75 jaar ooit in het leven te maken met een depressie (2019-2022). Elk jaar geldt dat voor ongeveer 9% van de volwassenen. Vrouwen in de leeftijdscategorie 18-34 jaar hebben de grootste kans op een depressie (2019-2022). In 2020 maakten 1.823 inwoners van Nederland een einde aan hun leven. Zelfdoding komt het vaakst voor onder volwassenen tussen de 40 en 60 jaar.
Ja, onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde genetische variaties een verhoogd risico op depressie en zelfdoding kunnen geven. Deze genen beïnvloeden bijvoorbeeld de werking van neurotransmitters, de chemische boodschappers in de hersenen die betrokken zijn bij stemming en emoties.
Bij een lichte depressie kun je met weinig hulp toch verder. Een huisarts of psychotherapeut kan je vaak al in een paar gesprekken helpen. Bij een ernstige depressie heb je veel meer klachten, die ook ernstiger zijn. Bijna altijd is dan snel professionele hulp nodig. Soms duurt een depressie erg lang, dat heet een “chronische” depressie.
Bij manische depressiviteit is er sprake van extreme schommelingen in de stemming. Deze schommelingen kunnen variëren van dieptepunten (depressieve episodes) tot hoogtepunten (hypomane en manische episodes).
Bij een seizoensgebonden stemmingsstoornis keert de depressiviteit meestal in dezelfde tijd van het jaar terug, vaak in de herfst en winter. Hierbij speelt de verminderde blootstelling aan zonlicht in de herfst- en wintermaanden een belangrijke rol.
Een depressie kan van korte of langere duur zijn en verloopt bij iedereen anders. Ongeveer de helft van de volwassenen met een depressie herstelt na 6 maanden. Hoewel veel mensen herstellen, is de kans op een terugval helaas groot, omdat de kwetsbaarheid van de hersenen voor depressie blijft bestaan.
Dat ligt iets genuanceerder. Het klopt dat er in onderzoek een verband is gevonden tussen het gebruik van anticonceptie dat een synthetische vorm van progesteron (progestageen) bevat, en een verhoogd risico op zelfdoding bij vrouwen met depressieve klachten en suïcidale gedachten. Progesteron speelt een rol in het voortplantingssysteem van vrouwen, maar kan ook fungeren als een stresshormoon in de hersenen. Onderzoek van Lin Zhang in het Nederlands Herseninstituut heeft laten zien langs welke weg progesteron als stress hormoon werkt. Alle stress-gerelateerde stoffen kunnen bij vrouwen die hier kwetsbaar voor zijn, bijdragen aan depressie en zelfdoding. Onderzoek laat zien dat, hoewel het risico op suïcidaal gedrag verwaarloosbaar is bij geneesmiddelen die het natuurlijke progesteron bevatten, dit mogelijk niet geldt voor de synthetische vormen. Dit komt doordat de synthetische vormen krachtiger werken.

Ontvang je maandelijkse dosis ‘food for thought’

Meld je aan voor de nieuwsbrief