Er is geen twijfel over mogelijk: de liefdevolle band tussen een baby en zijn of haar primaire verzorger is essentieel voor een gezonde hersenontwikkeling. Veel van wat we weten over het belang van deze band komt uit onderzoek naar situaties waarin het mis gaat, zoals verwaarlozing, scheiding of misbruik. Daaruit blijkt duidelijk: zorg doet ertoe. Maar verrassend genoeg weten we nog relatief weinig over hoe dagelijkse, liefdevolle interacties positief bijdragen aan de ontwikkeling van het jonge brein. Wat gebeurt er precies in die ogenschijnlijk gewone momenten tussen ouder en kind?

We spreken met Dr. Paloma Maldonado, ontwikkelings- en neurowetenschapper aan het Nederlands Herseninstituut. Haar onderzoek richt zich op hoe interacties tussen baby’s en hun primaire verzorgers de vroege hersenontwikkeling vormen. Het onderzoek heeft als doel om te ontrafelen hoe deze processen werken. Daarnaast wil ze de kloof tussen wetenschap en de dagelijkse zorg in de praktijk overbruggen.
De Stichting Vrienden van het Herseninstituut financiert dit onderzoek. Wilt u haar onderzoek ook steunen?
Hoe zorg het brein vormt: via de zintuigen
“Paloma, wat hebben vroege interacties tussen baby en verzorger te maken met de hersenontwikkeling?”

“Hoe beïnvloedt deze zintuiglijke input de hersenenontwikkeling precies?“
“Zintuiglijke input is cruciaal voor het aanleggen van de zintuiglijke gebieden in de hersenen: dat weten we al vrij goed. De juiste prikkels helpen om die netwerken op de juiste manier te vormen. Maar hoe die prikkels dat precies doen, daar begint het mysterie. Wat maakt bijvoorbeeld de geur of stem van een ouder anders dan een niet-sociale prikkel?
Nog minder is bekend over hoe deze signalen andere hersengebieden beïnvloeden buiten deze zintuiglijke regio’s. Denk hierbij aan gebieden betrokken bij emotie en besluitvorming. Dát is waar mijn onderzoek een rol speelt.”
“Welke rol speelt oxytocine hierbij?”
Je doet onderzoek naar oxytocine. Welke rol speelt oxytocine in dit proces? Paloma: “Ik vermoed dat er een specifieke stof vrijkomt als reactie op moederlijke stimulatie: iets wat misschien kan verklaren hóe vroege interacties de hersenontwikkeling sturen. Al snel kwam één kandidaat naar voren: oxytocine.
Mensen noemen oxytocine vaak het “knuffelhormoon” of het “liefdeshormoon”, maar wat het werkelijk doet in het brein is veel interessanter. In ons onderzoek ontdekten we dat oxytocine een bepaald type hersencel activeert in zintuiglijke gebieden (de zogenoemde “somatostatine-interneuronen”). We denken dat deze activatie helpt bij het vormen van functionele netwerken in de hersenen: groepen van onderling verbonden hersencellen die samenwerken om specifieke taken uit te voeren. Met andere woorden, oxytocine helpt de hersenen waarschijnlijk om zintuiglijke informatie (zoals aanraking of geluid) te ordenen, zodat de baby de wereld beter kan begrijpen en ervan kan leren.”
“Is dat alles?”
[Paloma glimlacht] “Zeker niet: oxytocine is verrassend veelzijdig. Eén van de grootste uitdagingen voor het brein is het vinden van de juiste balans tussen activatie en remming. Dat wil zeggen, tussen hersencellen die ‘aan’ staan en hersencellen die juist rustig blijven. In de vroege ontwikkeling is er vaak sprake van overactiviteit. We denken dat oxytocine, door het activeren van deze eerdergenoemde interneuronen, kan helpen om die balans te herstellen. Mijn huidige onderzoek richt zich op het testen van die hypothese en het begrijpen van de gevolgen ervan.”
Hoe baby’s leren van hun moeders
“Paloma, we weten dat baby’s gemakkelijker lijken te leren van hun moeders. Wat zit daarachter?”
“Dat klopt. Uit veel studies blijkt dat baby’s sneller en beter leren van hun eigen verzorger dan van vreemden. Maar de mechanismen daarachter worden nog niet volledig begrepen.
In een nieuw project, samen met Sabine Hunnius en Marlene Meyer van het Baby & Child Research Center en Valeria Gazzola van het Nederlands Herseninstituut, onderzoeken we het idee dat verzorgers helpen om de zintuiglijke verwerking van baby’s te verfijnen, waardoor het leren efficiënter verloopt. Dit project wordt mogelijk gemaakt door de Stichting Vrienden van het Herseninstituut.”
Tijdens speelmomenten, maar ook wanneer een baby overstuur is, bieden verzorgers wat wij sociale sensorische stimulatie noemen. Denk aan aanraking, oogcontact, stemgeluid, geur en warmte. Dit zijn niet alleen geruststellende gebaren: het zijn biologische prikkels die actief beïnvloeden hoe de zintuiglijke gebieden van het babybrein zich ontwikkelen. Als we willen begrijpen hoe vroege interacties het ontwikkelende brein beïnvloeden, moeten we hier beginnen met ons onderzoek.”
“Hoe hangt dit samen met oxytocine en je eerdere onderzoek?”
“We denken dat de interactie met de moeder de afgifte van oxytocine in het brein van de baby kan stimuleren. Dit zou kunnen helpen om een betere balans te creëren tussen activatie en remming, waardoor de hersenen prikkels beter kunnen ordenen en het kind sneller leert.”
“Hoe wil je dit gaan onderzoeken?”
“In het onderzoek maken we gebruik van de geur van de moeder. We denken namelijk de geur van de moeder (of een vertrouwde verzorger) ervoor zorgt dat er oxytocine vrijkomt. In eerdere experimenten met babymuizen, uitgevoerd in samenwerking met Christian Lohmann (Nederlands Herseninstituut) en Julijana Gjorgjieva (Technische Universiteit München), zagen we namelijk dat de geur van de moeder hersenveranderingen veroorzaakte die sterk leken op het effect van oxytocine. Lichaamsgeuren zijn oeroude chemische signalen die een baby helpen om zich te oriënteren op sociale signalen. Voor een baby is geur misschien wel de allereerste manier om te herkennen: dit is iemand van wie ik kan leren.”
Advies voor ouders en verzorgers
“Paloma, op basis van jouw onderzoek, welk advies zou je ouders geven die de hersenontwikkeling van hun baby willen ondersteunen?”
“Er is geen recept. Geen perfecte methode die werkt voor ieder kind. Het ouderschap is complex, en met mijn onderzoek wil ik juist die complexiteit begrijpen. Maar als ik één advies zou moeten geven, dan zou het zijn: leer je baby zo goed mogelijk kennen. Al zijn baby’s nog zo klein, het zijn mensen met hun eigen voorkeuren, ritmes en behoeftes.
De enige manier om je baby goed te leren kennen is aanwezig te zijn. En dan bedoel ik, écht aanwezig. Niet alleen in de kamer zijn, maar afstemmen, kijken, luisteren, en reageren. Je baby kan zichzelf nog niet reguleren maar heeft jou daarbij nodig. Jij bent alles wat hij heeft.”
“Het gaat er dus om beschikbaar te zijn.”
“Precies. Daarnaast is het belangrijk dat je probeert vanuit zijn perspectief te kijken. Psychologen noemen dit mentaliseren. Baby’s zijn personen met gedachten, gevoelens en behoeften. Dit staat centraal in wat UNICEF “positief ouderschap” noemt: een benadering die kinderen ziet als volwaardige individuen, niet als wezens die je moet managen. Het gaat erom dat je keer op keer goed naar je kind kijkt, met aandacht, nieuwsgierigheid en openheid. Op die manier geef je hen de ruimte om hun ware aard te tonen.
Als je strenge opvoedmethoden naleeft, zonder je goed af te stemmen op je kind, bestaat er een kans dat je mist wie ze zijn. Zelfs kleine, variaties in zorg, het soort dat vanzelf ontstaat als je je kind leert kennen, kunnen meetbare veranderingen teweegbrengen in het zich ontwikkelende brein.”

