7 vragen aan hersenonderzoeker Maj-Britt over nystagmus

Woensdag 1 mei promoveert Maj-Britt over haar onderzoek naar nystagmus. Maar hoe is ze eigenlijk bij het Nederlands Herseninstituut terecht gekomen? Wat betekent haar onderzoek naar nystagmus? En welke ontdekkingen heeft zij gedaan?

“Als kind had ik al interesse voor biologie en daarom was het vrij gemakkelijk om een studierichting te kiezen. Tijdens mijn masterproject ontdekte ik mijn passie voor het netvlies en elektrofysiologie, een onderzoeksgebied waarin de elektrische activiteit van neuronen wordt onderzocht. Naar mijn mening zijn er niet veel dingen die zoveel voldoening geven als het zien van de elektrische activiteit van een cel, die zo klein is dat we het niet eens met onze blote ogen kunnen zien.

Hoe ben je vanuit deze wetenschappelijke interesse terechtgekomen bij het Nederlands Herseninstituut?

Toen ik de projectbeschrijving van het nystagmusproject bij het Nederlands Herseninstituut las, was ik meteen verkocht. Het project combineerde netvliesonderzoek en elektrofysiologie en had een klinische relevantie.

Wat heeft je oorspronkelijk geïnteresseerd in het onderzoek naar nystagmus?

De ‘puzzel’ rond het ontstaan van aangeboren nystagmus heeft mij geïnteresseerd voor dit onderzoeksgebied. Bij patiënten met nystagmus zijn eiwitten in een specifieke synaps (een verbindingspunt tussen twee neuronen) in het netvlies veranderd en werken daardoor niet goed. Betekent dit dat de oorzaak van nystagmus in het netvlies ligt? Hoe leiden deze veranderingen in de eiwitten tot de trillende oogbewegingen? En is er een algemeen mechanisme dat leidt tot nystagmus? Er waren veel zeer interessante vragen te beantwoorden en er zijn nog veel meer nieuwe vragen.

Wat is het meest uitdagende aspect geweest van je onderzoeksproject tot nu toe?

De grootste uitdaging was om een hoge kwaliteit van metingen te bereiken. De metingen van de elektrische activiteit zijn erg gevoelig en er zijn veel factoren die correct moeten worden ingesteld om goede, betrouwbare metingen te krijgen.

Kun je een belangrijk moment delen tijdens je onderzoek dat je bijzonder heeft geïnspireerd of veranderd?

Een van de meest bijzondere momenten tijdens mijn PhD was toen ik voor het eerst de trillende elektrische activiteit van een specifieke cel kon meten in het netvlies. Het duurde even voordat ik alle parameters goed had en de meting eindelijk werkte. Ik herinner me nog dat ik in het donker zat en een goede elektrische verbinding met de cel kreeg en de trillende elektrische activiteit live op het scherm zag – het was zo’n sterk gevoel van geluk. Dit moment was het directe bewijs dat uithoudingsvermogen uiteindelijk loont. Bovendien was dat dit specifieke celtype trillende elektrische activiteit vertoont een  belangrijk puzzelstukje toont voor het ontrafelen van de oorsprong van aangeboren nystagmus.

Wat zijn enkele verrassende ontdekkingen die je tijdens je onderzoek hebt gedaan?

Ooit werd gedacht dat de oorsprong van aangeboren nystagmus in de hersenen lag. In dit samenwerkingsproject hebben we ontdekt dat aangeboren nystagmus zijn oorsprong heeft in het netvlies. We gebruikten voor ons onderzoek muismodellen met dezelfde veranderingen in eiwitten in het netvlies als bij menselijke patiënten en hebben zowel de oogbewegingen als de elektrische activiteit van neuronen in het netvlies gemeten.

De veranderingen in de eiwitten leiden tot trillende, elektrische stromen van neuronen in het netvlies.

Deze trillende activiteit wordt doorgegeven aan de hersenen en worden daar zo geïnterpreteerd dat het beeld op het netvlies nog steeds beweegt. Wanneer de hersenen vervolgens proberen om deze fictieve beweging van het beeld op het netvlies te compenseren, beginnen de ogen te trillen (nystagmus). We vonden het neuron in het netvlies dat verantwoordelijk is voor de trillende stromen (de zogenaamde AII amacriene cel) en toonden aan dat ons mechanisme algemener is.

Meer informatie

Zijn er bepaalde mentors of collega’s die een grote invloed hebben gehad op je werk? Zo ja, hoe hebben zij je begeleid of gestimuleerd?

Mijn promotor Prof. Dr. Maarten Kamermans, mijn copromotor Dr. Marcus Howlett en nauwe medewerker Dr. Beerend Winkelman hebben de meeste invloed op mijn werk gehad – ze hebben nauw met me samengewerkt aan dit project, me gesteund in mijn onderzoek, hun kennis met me gedeeld en me veel waardevolle adviezen gegeven. Vooral Maarten heeft me erg geholpen om te groeien als jonge wetenschapper.

Ik ben zeer vereerd dat Dr. Beerend Winkelman en Matthew Yedutenko (we zijn tegelijkertijd gepromoveerd) mijn paranimfen zullen zijn tijdens de verdediging van mijn proefschrift.

Het ontrafelen van het mechanisme dat leidt tot aangeboren nystagmus was alleen mogelijk dankzij de nauwe samenwerking tussen verschillende groepen op het Herseninstuut: groep Kamermans, groep De Zeeuw en onze oogarts Prof. Dr. Simonsz, maar ook samenwerkingen buiten het Herseninstituut met de laboratoria van Prof. Dr. McCall en Prof. Dr. Gregg in de Verenigde Staten. Ik ben erg dankbaar voor de nauwe samenwerking met iedereen die met mij aan dit project heeft gewerkt.

Wat zijn je plannen na het behalen van je doctoraat? Heb je specifieke onderzoeksgebieden of doelen voor ogen?

Ik begin aan een postdocpositie in Duitsland, die niet gerelateerd is aan de ogen, maar voor mij net zo spannend is als het nystagmusproject. Mijn liefde voor het netvlies verdwijnt natuurlijk niet en misschien zal het netvlies in de toekomst mijn pad weer kruisen. Ik ben benieuwd wat Maarten en de andere onderzoekers nog meer te weten zullen komen over nystagmus en hoop dat ons onderzoek zal worden gebruikt om therapeutische strategieën voor de patiënten te ontwikkelen.”