Vergeetachtigheid, een voorbode voor dementie?

Samenvatting

🧠 Vergeetachtig zijn: is dat een voorbode van dementie?
Een naam vergeten of een gezicht niet meteen herkennen: het kan u ongerust maken. Maar vergeetachtigheid hoort ook bij het normale verouderingsproces en betekent niet meteen dat er sprake is van dementie.
Wat wel een vroege indicatie van de ziekte van Alzheimer kan zijn, is een slaapstoornis. Denk aan gefragmenteerd slapen, overdag dutjes doen en het verdwijnen van het dag- en nachtritme. Ook dit betekent niet automatisch dat iemand Alzheimer ontwikkelt.

(Door op onderstaande video te klikken, accepteer je dat er cookies worden geplaatst door YouTube.)

Erik Scherder in gesprek met Dick Swaab, onderzoeker van het Herseninstituut.

Is vergeetachtigheid een voorbode voor dementie?

Erik: Dick, veel mensen vragen zich af: ik ben wat vergeetachtig, is dit nou al een voorbode voor een dementie?

Dick: Ja, vergeetachtigheid maar dan in sterke mate kan een voorbode zijn voor dementie. Maar je hebt natuurlijk ook het verminderen van de functies van het brein als een normaal
verouderingsproces waar de dementie nog ver weg is. Dus voordat je de diagnose dementie kan stellen, is veel meer nodig. Wat vaak heel vroeg optreedt zijn slaapstoornissen, waarbij mensen dus gefragmenteerd slapen. ’s Nachts en overdag dutjes gaan doen, dus dat duidelijk het dag- en nachtritme verdwijnt.

Dat is een heel vroege indicatie voor het traject van de ziekte van Alzheimer.
Maar ook dat hoeft niet op een korte termijn naar Alzheimer te leiden.

Erik: Maar dat je bijvoorbeeld namen vergeet…
Ik ken toevallig een hoogleraar, een hele beroemde hoogleraar, die namen vergeet, ook wel gezichten vergeet…
Wat vind je, is dat zorgelijk?
Vind je, die mensen, moet je die extra in de gaten houden?
Wat vind jij?

Dick: Ja, je legt de vinger op een pijnlijke plek…
Ik ben heel slecht in het onthouden van namen en gezichten.
En die combinatie is helemaal onmogelijk. Ik denk niet dat dat een teken is van Alzheimer, want dit is een aangeboren afwijking.

Erik: Maar namen vergeten is echt wel een ding hè, toch?

Dick: Ja, ouder worden en namen vergeten…
Dat deed je misschien ook al toen je 30 was.

Ben je het daarmee eens?

Erik: Precies.

Dick: Ja en dat wordt ook niet beter tijdens het verouderingsproces, laat ik het zo zeggen.
Maar ook daarvoor geldt natuurlijk tijdens het normale verouderen vind je dit soort verschijnselen.

Erik: En ik zou niet onmiddelijk ongerust worden.

Dick: Nee exact.

Erik: En dat was het punt.
Dank je.

Veelgestelde vragen over de ziekte van Alzheimer

De meest voorkomende vorm van dementie is Alzheimer (70%). In Nederland hebben naar schatting 196.000 mensen deze aandoening. De verwachting is dat dit aantal hard gaat stijgen. Het aantal mensen met dementie gaat volgens Alzheimer Nederland stijgen naar ruim 500.000 in 2040. Als het percentage van mensen dat de ziekte van Azlheimer heeft rond de 70% blijft, gaat het om 350.000 mensen in Nederland. 

Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) lijden er wereldwijd op dit moment ca. 55 miljoen mensen aan dementie.

Het bekendste symptoom is geheugenverlies. Verder hebben patiënten ook vaak last van andere problemen zoals slaapstoornissen, vergeetachtigheid en verwarring met tijden en locaties. Het opnemen van nieuwe informatie gaat moeilijker en er ontstaan problemen met praten en schrijven. Denken, oordelen en begrijpen gaat steeds moeilijker en sociale handelingen gaan verloren. Hierdoor is het voor veel patiënten ook moeilijk om nog zelfstandig te leven en hebben zij veel hulp nodig.
De eerste symptomen van de ziekte van Alzheimer zijn vaak mild en kunnen worden aangezien voor normale ouderdomsverschijnselen. Typische symptomen zijn:
Naarmate de ziekte vordert, kunnen de symptomen ernstiger worden en kunnen zich andere problemen voordoen, zoals:
Er is geen sprake van één oorzaak, het is een complexe aandoening die zich anders manifesteert bij verschillende mensen.
Er wordt aangenomen dat een combinatie van factoren een rol speelt, waaronder:

Anderzijds resulteert stimulatie van de hersenen in een uitstel van Alzheimer: “use or lose it”.

Er zijn wel zo’n 50 verschillende vormen van dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is (70%). Andere vormen van dementie zijn o.a. vasculaire dementie en frontotemporale dementie. De stichting Alzheimer heeft een overzicht gemaakt van de meest voorkomende vormen van dementie en hun specifieke kenmerken.

Neurodegeneratieve aandoeningen, zoals dementie of de ziekte van Alzheimer, zijn echt fundamenteel anders dan normale vergeetachtigheid. Het zijn ingrijpende processen die gepaard gaan met duidelijke, opvallende signalen. Denk hierbij aan situaties die echt afwijken van normaal gedrag — zoals verdwalen in je eigen vertrouwde omgeving of ernstige geheugenproblemen waarbij gebeurtenissen uit het korte verleden volledig verdwijnen. Ook veranderingen in de persoonlijkheid kunnen optreden, waardoor iemand ingrijpend kan veranderen.

Bekijk het hele antwoord van Erik Scherder in deze video.

Onderzoek naar de ziekte van Alzheimer heeft in de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Alhoewel Alzheimer nog steeds niet te genezen is, zijn er nieuwe medicijnen en behandelingen ontwikkeld die het ziekteproces kunnen stoppen of vertragen.

Cholinesteraseremmers zijn medicijnen die bij een deel van de patiënten de cognitieve functie (geheugen, denken en redeneren) wat verbeteren en de achteruitgang van symptomen wat vertragen. Ze kunnen echter ook veel bijwerkingen hebben. Daarnaast zijn er medicijnen die kunnen worden gebruikt om bijkomende symptomen van Alzheimer te behandelen, zoals bijvoorbeeld antidepressiva.

Naast medicijnen zijn er ook andere behandelingen die kunnen helpen bij Alzheimer. Deze behandelingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven. Denk aan het stimuleren van hersenfuncties door diverse therapieën.

Onderzoekers zijn hoopvol dat in de toekomst Alzheimer beter uitgesteld of zelfs voorkomen kan worden. Hierbij speelt neurogenese – het proces waarbij nieuwe zenuwcellen worden gevormd in de volwassen hersenen- een belangrijke rol. Nieuwe zenuwcellen zouden in theorie de functie van beschadigde of verloren gegane zenuwcellen kunnen overnemen. Voordat  het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe zenuwcellen een mogelijke therapie voor Alzheimer kan zijn, is echter nog veel meer onderzoek nodig.

Ja, vrouwen hebben een hoger risico op Alzheimer dan mannen. Ongeveer twee derde van de mensen met Alzheimer is vrouw. De reden voor dit verschil is deels te verklaren doordat vrouwen ouder worden en deels door verschillen in de moleculaire veranderingen met de leeftijd bij vrouwen en mannen.

Lees verder: Kwetsbare vrouwen

In minder dan 5% van de gevallen wordt Alzheimer uitsluitend veroorzaakt door een erfelijke afwijking. Mensen met zo’n erfelijke variant krijgen de ziekte vaak al rond het 40e of 50e levensjaar. Mensen met een familielid dat al vroeg Alzheimer kreeg hebben een verhoogd risico om de ziekte zelf te krijgen. Gemiddeld spelen genetische factoren bij alzheimer patiënten een rol van zo’n 50%.

De diagnose wordt gesteld door  een combinatie van neurologisch onderzoek en psychologische testen. Een scan is niet bewijzend voor de diagnose.

Bekijk het hele antwoord van Dick Swaab in deze video.

Nee. Maar je kunt het proces wel wat uitstellen door een gezonde, actieve leefstijl met voldoende beweging.

Ook is het belangrijk om de hersenen al vanaf de vroege ontwikkeling te prikkelen. Tweetaligheid vanaf de babyleeftijd, bijvoorbeeld, stelt Alzheimer 5 jaar uit. Net zoals een goede scholing, werk dat wat van je vraagt  en een hobby waarbij je echt moet nadenken, zoals schaken. 

Volgens prof. dr. Dick Swaab kunnen zowel een psychologisch trauma, dus bijvoorbeeld bij een kind dat verwaarloosd of misbruikt wordt, of een fysisch trauma, bijvoorbeeld bij soldaten die voortdurend worden blootgesteld aan enorme knallen van kanonnen, meer kans geven op de ziekte van Alzheimer. Je kunt daardoor wat vroeger Alzheimer krijgen.
Bekijk het hele antwoord van Dick Swaab in deze video.

Nee, niet automatisch. De ziekte van Alzheimer kent twee vormen. De erfelijke, ‘vroeg beginnende’ vorm (meestal vóór het 50e–60e levensjaar) wordt veroorzaakt door een foutief gen in het DNA en komt maar bij 1-5% van alle gevallen voor. Draagt een ouder dit gen, dan heeft elk kind circa 50% kans om het te erven; en wie het erft, krijgt de ziekte vrijwel zeker.

De veel voorkomendere, ‘laat beginnende’ vorm (>95% van de gevallen, meestal na het 65e jaar) heeft geen duidelijke genetische oorzaak. Hier is het risico het resultaat van veel kleine factoren samen. Als je een familielid hebt met de ziekte van Alzheimer verhoogt dit het risico, maar het is geen garantie op het krijgen van de ziekte.

Je kunt het risico op het krijgen van Alzheimer vergelijken met autorijden zonder veiligheidsgordel. Op zichzelf hoeft dit niet tot letsel te leiden, tenzij er bijvoorbeeld een ongeluk gebeurt. En we kunnen het risico op letsel altijd beïnvloeden door onze veiligheidsgordel om te doen. In het geval van Alzheimer zou dat een gezonde leefstijl zijn.

Ja! Tijdens de slaap, en vooral tijdens de diepe slaap, wordt het afvalverwerkingssysteem van de hersenen (het glymfatische systeem) actiever en spoelt het afvalstoffen weg, waaronder amyloïd-bèta: het eiwit dat zich bij Alzheimer ophoopt tot schadelijke aggregaten.

Slaaptekort wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer. We moeten echter voorzichtig zijn met hoe we deze bevindingen interpreteren. Het is een beetje een kip-of-ei-verhaal. Slaaptekort kan het risico op Alzheimer verhogen, maar tegelijkertijd kan iemand in een vroeg stadium van Alzheimer (nog voordat er cognitieve of geheugenklachten optreden) al slaapproblemen krijgen.

En of je invloed kan hebben op het hebben van deze diepe slaap?

Tot op zekere hoogte wel. Er zijn enkele standaardmaatregelen die je kunt proberen, zoals een consistent slaapschema, voldoende slaap in totaal, voldoende bewegen, het beperken van cafeïne en blootstelling aan schermen in de avond en zorgen voor een koele, donkere en rustige slaapkamer.

Ja, er zijn onderzoeken die verbanden tussen deze drie aantonen, en elk van de drie kan het risico op de andere twee vergroten of de andere twee verergeren. Je kunt echter niet zeggen dat bijvoorbeeld slechte slaap depressie of Alzheimer veroorzaakt. Hier geldt een kip-of-ei-kwestie: het is moeilijk om vast te stellen wat er als eerste komt, omdat iemand in een vroeg stadium van Alzheimer (voordat er geheugenklachten optreden) al tekenen van een slechte slaap of depressief gedrag kan vertonen.

Dit kan bij sommige mensen voorkomen. Het wordt late-onset stress symptomatology (LOSS) genoemd. Er is echter nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs om dit goed te onderbouwen.

De simpelste verklaring is grammaticaal: in het Latijn heeft dementie een werkwoordsvorm (dus ‘dementeren’), kanker niet. 

Een andere, en misschien wat ingewikkeldere verklaring heeft mogelijk te maken met hoe we tegen beide ziekten aankijken: we zien dementie meer als een proces dat zich in de loop van de tijd ontwikkelt (bijvoorbeeld met het toenemen van de leeftijd), terwijl kanker misschien meer wordt gezien als een statische uitkomst of aandoening. Mogelijk hangt dit er ook mee samen dat verschillende vormen van kanker behandeld kunnen worden, terwijl er momenteel geen genezing bestaat voor dementie als gevolg van Alzheimer.

Dat noemen we ‘late-onset FTD’, oftewel laat-beginnende FTD.

Onderzoek laat zien dat het actief houden van onze hersenen gedurende ons hele leven kan helpen om het risico op dementie op latere leeftijd te verlagen. Dementie kan echter worden veroorzaakt door verschillende factoren die samen een rol spelen, en cognitieve fitheid is daar slechts één van. Daarom kunnen we niet zeggen dat het doen van hersenoefeningen dementie zal voorkomen, maar het kan het risico wel verlagen. Belangrijk detail: vooral nieuwe cognitieve uitdagingen zijn gunstig, meer dan steeds dezelfde puzzels oplossen.