‘Mijn hersenen gaan naar de Hersenbank’ – interview met schrijver Ronald Giphart

Schrijver Ronald Giphart heeft al jaren een fascinatie voor de werking van de hersenen. Net als zijn moeder dat heeft gedaan, wil ook hij zijn grijze massa nalaten aan de Hersenbank.

“We kennen allemaal wel iemand met ADHD, prikkelgevoeligheid, dementie of Alzheimer. Ik vind het een zegen dat er in Nederland een Herseninstituut bestaat dat hier onderzoek naar doet. Maar het gaat me niet snel genoeg. De grijze massa is voor veel mensen iets wat abstract of zelfs spannend is, terwijl ze een bijna niet te bevatten rol speelt in alles wat we doen en zijn. Kennis hierover wordt alleen maar belangrijker.

Mijn moeder had MS en is in 1995 overleden. Ze doneerde haar hersenen aan de Hersenbank. Ze wilde dat wetenschappers konden zien waar en hoe de ziekte in haar brein was terug te vinden. Iets wat ze bij levende mensen niet op die manier voor elkaar kunnen krijgen. Later hoorden we dat hij haar de MS met name in haar hersenstam had gezeten, het deel dat onder andere de hartslag en het slikken aanstuurt. Met deze kennis kunnen ze echt verder, zoals meer gerichte therapieën ontwikkelen.

In die tijd, de jaren negentig, kwam wereldwijd het hersenonderzoek in een stroomversnelling en dat volgde ik op de voet. Er verscheen bijvoorbeeld een bestseller over het verschil tussen het mannen- en vrouwenbrein. Steeds meer begon ik te beseffen dat wij in belangrijke mate ons brein zijn. Neem het bekende verhaal van een automonteur. Nadat hij een pin door zijn hoofd had gekregen, veranderde zijn persoonlijkheid totaal. Dat zegt toch eigenlijk alles.

In mijn werk is het brein altijd een thema geweest. Soms heel subtiel, zoals in mijn boek over verliefdheid. Wat dat met de hersenen doet, vind ik fascinerend. Andere keren schrijf ik er heel nadrukkelijk over. In ‘Ik mis mij ook’ beschrijven jeugdarts Mascha Kamphuis en ik de gevolgen van haar niet-aangeboren hersenletsel. Iets wat aan de buitenkant vaak niet zichtbaar is, maar waar meer dan 900.000 mensen mee te maken hebben.

De wetenschap is een stuk verder dan in de jaren negentig. Toch blijft er nog ontzettend veel onbekend. Als we meer willen begrijpen van onszelf, van ziektes en van de uitdagingen voor de toekomst, dan moeten we blijven investeren in kennis over het brein.

Na mijn dood gaan mijn hersenen dan ook naar de Hersenbank. Nog niet zo lang geleden ben ik daar geweest. Ik keek mijn ogen uit. Om te beginnen stond ik ineens in dezelfde ruimte als een stukje van mijn moeder. Ook zag ik de hersenen van twee tachtigjarigen. De ene persoon was gezond oud geworden, de andere had dementie gehad. Het verschil was confronterend: de hersenen van de laatste waren zichtbaar gekrompen.

Ik ben benieuwd wat er straks in mijn eigen grijze massa te zien zal zijn. Ik denk niet dat ik onderzoekers iets spectaculairs te bieden heb. Waarschijnlijk krijgen ze een heel middelmatig beeld te zien. Maar wel uniek. Dat zijn alle hersenen per definitie.”

Ronald Giphart is ambassadeur van Stichting Vrienden van het Herseninstituut. Benieuwd naar onze andere ambassadeurs? Hier lees je alles over ze!

Foto: Bas Losekoot
Tekst: Josephine Krikke