De ziekte van Parkinson is een complexe, ongeneeslijke hersenaandoening die wereldwijd 6,2 miljoen mensen treft. De diagnose wordt vaak pas gesteld zodra er bewegingsklachten ontstaan door de verminderde werking van dopaminecellen in de zwarte kern van onze hersenen. De ziekte begint echter waarschijnlijk al jaren eerder op heel andere plekken in het lichaam. Denk hierbij aan het reukorgaan of de blauwe kern, een piepklein maar ontzettend belangrijk regelcentrum diep in de hersenstam. Hier kunnen vroege beschadigingen al in een eerder stadium leiden tot slaapproblemen en stemmingswisselingen.
Medicijnen kunnen (nog) niet genezen
Hoewel het nog onduidelijk is waarom de dopamine-producerende hersencellen precies gaan haperen, weten we wel dat genen een rol spelen; de meeste gevallen zijn weliswaar niet direct erfelijk, maar er zijn wel specifieke risicogenen geïdentificeerd.
Helaas bestrijdt de huidige behandeling met medicijnen alleen symptomen en verliest het zijn effectiviteit na verloop van tijd. Vandaar dat nieuwe behandelmethoden hard nodig zijn.
Financiële steun voor onderzoek naar gentherapie
De Stichting Vrienden van het Herseninstituut ondersteunt onderzoek naar de ontwikkeling van een gentherapie, dat de ziekte mogelijk kan stoppen.
Het werkt zo: Via een (ongevaarlijk) virus, ook wel vector genoemd, wordt gezond genetisch materiaal in de hersenen gebracht. Daar kan het gen dan helpen om de zenuwcellen te beschermen. Deze niet-invasieve methode kan de bloed-hersenbarrière passeren en zo zenuwcellen bereiken die door Parkinson worden aangetast, wat de ziekte mogelijk kan stoppen.
Bij proefdieren kan dit al, maar bij mensen zijn we nog niet zover. Hier wordt nu dus verder onderzoek naar gedaan door een team o.l.v. dr. Kimberly Pietersze (zie foto).


