Wat gebeurt er als je droomt?

Samenvatting

😴 “Ik droom nooit!”
Maar is dat eigenlijk wel zo?

Terwijl u slaapt, is uw brein namelijk volop bezig. Herinneringen worden verplaatst van het korte- naar het langetermijngeheugen en er vinden allerlei herstelwerkzaamheden plaats.

🧠 En tijdens al die processen ontstaan waarschijnlijk ook onze dromen. Bijna iedereen droomt!

Maar doordat dromen zo vluchtig zijn, bent u ze vaak alweer vergeten als u wakker wordt.

En misschien is dat maar goed ook… Anders wordt het wel heel verwarrend om dromen en werkelijkheid uit elkaar te houden!

💭 Weet u ’s ochtends nog wat u heeft gedroomd?

(Door op onderstaande video te klikken, accepteer je dat er cookies worden geplaatst door YouTube.)

Erik: Hé Tom, ik heb een vraagje over dromen. Een heel veel gestelde vraag: wat gebeurt er nou bij dromen? Dat is één. En twee is een beetje daaraan gerelateerd: mensen zeggen weleens: “Nee, ik droom niet.” Maar hebben ze misschien toch gedroomd en weten ze dat gewoon niet?

Tom: Ja, leuke vragen. Dromen ontstaan eigenlijk doordat er allerlei processen in de hersenen bezig zijn. Herinneringen worden verplaatst van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen, en er vinden allerlei soorten herstelwerkzaamheden in het brein plaats. We denken dat dromen ontstaan als onderdeel van al die processen.

Uit onderzoek weten we dat bijna iedereen droomt. Maar dromen zijn heel vluchtig, dus mensen vergeten ze vaak ook snel weer. Daardoor weet je ’s ochtends bij het wakker worden niet altijd meer wat je die nacht allemaal gedroomd hebt. En dat is misschien maar goed ook, want anders wordt het op een gegeven moment heel verwarrend om je dromen en de werkelijkheid nog uit elkaar te houden.

Dus ja, bijna iedereen droomt. Er is geloof ik een kleine groep mensen die, ook tijdens onderzoek waarbij we ze ’s nachts telkens wakker maken om te vragen: “Dacht je ergens aan? Had je een droom?”, zegt: “Nee, er was niets.” Maar dat is echt een heel kleine groep.

Verder lezen: Alles over de onderzoeken naar slaap en slapeloosheid

Meer korte interviews van Erik Scherder bekijken? Op onze FAQ-pagina staan ze allemaal.

Veelgestelde vragen over slaap en slapeloosheid

Als je minstens drie keer per week slecht slaapt, en dit houdt meer dan 3 maanden aan, spreken we van chronische slapeloosheid of insomnie.
In Nederland lijden 1,7 miljoen mensen aan insomnie oftewel chronische slapeloosheid. Zij lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van geestelijke en lichamelijke klachten.
Slapeloosheid kan veroorzaakt worden door een breed scala aan factoren, die vaak in combinatie voorkomen. Een aantal mogelijke oorzaken zijn:
Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut hebben zeven risicogenen gevonden voor slapeloosheid. Dit duidt op een aanleg in de genen. Onderzoek heeft ook aangetoond dat mensen met een familiegeschiedenis van slapeloosheid een hoger risico lopen om zelf ook slaapproblemen te ontwikkelen.
Slapeloosheid kan leiden tot problemen met concentratie, geheugen en besluitvorming. Mensen met chronische slapeloosheid hebben ook een hoger risico op het ontwikkelen van stemmingsstoornissen zoals depressie en angst. Langdurige slaaptekorten kunnen daarnaast leiden tot een reeks gezondheidsproblemen, waaronder hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas en een verzwakt immuunsysteem.
Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut hebben ontdekt dat er vijf verschillende soorten slapeloosheid bestaan. Deze worden gekenmerkt door zowel verschillen in persoonlijkheidskenmerken, als specifieke profielen van breinstructuur en activiteit.
Slapeloosheid komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Dit verschil wordt toegeschreven aan een combinatie van biologische, hormonale, en psychosociale factoren. Hormonale veranderingen tijdens het leven van een vrouw kunnen slaappatronen aanzienlijk beïnvloeden. Bovendien kunnen bepaalde gezondheidsaandoeningen die vaker voorkomen bij vrouwen, zoals depressie en angststoornissen, bijdragen aan het vaker voorkomen van slapeloosheid bij vrouwen. Tot slot kunnen verantwoordelijkheden zoals het zorgen voor familie en werkstress, ook een rol spelen bij slapeloosheid bij vrouwen.
Er zijn verschillende slaapproblemen die de kwaliteit van de slaap en het dagelijks functioneren van mensen kunnen beïnvloeden, naast slapeloosheid. Hier zijn enkele van de meest bekende:
Ja, er zijn diverse behandelingen mogelijk. De effectiviteit van deze behandelingen kan variëren van persoon tot persoon, en vaak wordt een combinatie van methoden aanbevolen voor de beste resultaten.
De REM-slaap, of Rapid Eye Movement slaap, is één van de vijf fasen van de slaapcyclus en is uniek vanwege de snelle bewegingen van de ogen onder de oogleden. Deze fase wordt gekenmerkt door een hoge hersenactiviteit die vergelijkbaar is met die tijdens het wakker zijn, waardoor de REM-slaap vaak geassocieerd wordt met de meest levendige dromen.

Het komt vooral omdat slaap heel variabel is. En dat komt doordat er heel veel factoren zijn die invloed op slaap hebben. Denk aan wat je meemaakt gedurende de dag. Hoeveel stress heeft dat opgeleverd? Wat staat er morgen te gebeuren? Moet je een belangrijke presentatie geven waar je zenuwachtig voor bent? Heb je misschien alcohol gedronken de avond van te voren? 

Al die factoren samen hebben invloed op hoe goed je slaapt. Daardoor kan het soms gebeuren dat je een slechte nacht hebt.

Gelukkig is slaap ook wel een heel goed gereguleerd biologisch systeem. Vaak na een slechte nacht, of zelfs 2 slechte nachten, wordt de slaapdruk, dus hoe slaperig je bent, een stuk hoger, waardoor je die dag daarna eigenlijk veel sneller in slaap valt.
En we zien ook dat mensen dan veel dieper slapen. Dus eigenlijk ga je het dan een soort van vanzelf inhalen.

Zie het volledige antwoord van onderzoeker Tom Bresser in deze video.

Het Slaaplab voert uitgebreide metingen uit bij vrijwilligers die in het lab overnachten, waarbij onderzoekers onder andere hersenscans maken en slaappatronen monitoren met behulp van een elektrodenbadmuts met 256 elektroden. Zo krijgen de onderzoekers meer inzicht in de breinactiviteit van zowel slechte als goede slapers, en nieuwe aanwijzingen over de oorzaken van slaapproblemen.

Het Nederlands Slaap Register is een initiatief van onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut en de Vrije Universiteit Amsterdam. Deelnemers geven d.m.v. het invullen van vragenlijsten informatie over hun slaap, stressgevoeligheid, persoonlijkheid, gezondheid en meer. Door dit allemaal goed in kaart te brengen kunnen onderzoekers gerichter zoeken naar oplossingen voor de verschillende soorten slecht slapen. Meld je aan via slaapregister.nl

Het klopt dat onze hersenen tijdens de slaap informatie uit onze omgeving blijven verwerken. Signalen die belangrijk of bedreigend lijken, kunnen het brein tijdelijk activeren of ons wakker maken. Hoe sterk dit systeem reageert, kan afhangen van hoe veilig we ons voelen en of we verwachten alert te moeten zijn. Dat kan bijvoorbeeld ook verklaren waarom sommige mensen moeite hebben met slapen in een nieuwe omgeving, zoals een hotelkamer. Of de oordoppen van je partner daarbij ook een rol spelen, kan ik niet met zekerheid zeggen omdat het sterk van persoon tot persoon verschilt. Maar in het algemeen klopt het: onze hersenen blijven tijdens de slaap in zekere mate reageren op de omgeving.

Als je tijdens de slaap vaak kort wakker wordt, kan je slaap minder herstellend zijn. Dat kan ertoe bijdragen dat je je niet uitgerust voelt. Naast een gevoel van onveiligheid kunnen er ook andere redenen zijn waarom iemand regelmatig wakker wordt, bijvoorbeeld stress, lichamelijke klachten of slaapstoornissen, zoals slapeloosheid of slaapapneu.

Op korte termijn kunnen wisselende werktijden het slaap-waakritme verstoren. Daardoor kun je slaperig zijn op momenten waarop je wakker moet blijven en moeite hebben om te slapen wanneer daar wel tijd voor is. Deze verstoorde ritmes kunnen leiden tot veranderingen in stemming en cognitie, concentratieproblemen en een verminderde alertheid op gevaar.

Houden deze afwijkende patronen langere tijd aan, dan tonen onderzoeken aan dat dit tot andere gezondheidsproblemen kan leiden. Zo zijn er verbanden gevonden met hart- en vaatproblemen, stofwisselingsproblemen en psychische klachten. Of en in welke mate zulke problemen ontstaan, hangt onder andere af van hoe lang en hoe intensief iemand dit doet en of er voldoende hersteltijd is. Belangrijk om te benadrukken: het feit dat er verbanden zijn gevonden, betekent niet dat een specifiek persoon deze gezondheidsproblemen ook daadwerkelijk zal krijgen.

Nachtdiensten verstoren de afstemming tussen de biologische klok, slaap en gedrag. Dit kan leiden tot slaperigheid, verminderde alertheid en concentratieproblemen. Hoe sterk iemand daar last van heeft, hangt onder andere af van het eigen zogeheten ‘chronotype’: sommige mensen gaan van nature later naar bed en worden later wakker, terwijl anderen juist eerder naar bed gaan en eerder wakker worden. Mensen die van nature laat naar bed gaan, verdragen nachtwerk meestal beter. Daarnaast bestaat er veel individuele variatie in hoe snel iemand herstelt en hoe goed iemand zich kan aanpassen aan slapen op momenten waarop die persoon normaal gesproken wakker is. Met het ouder worden wordt het doorgaans moeilijker om de biologische klok te verschuiven en overdag voldoende te slapen.

ADHD wordt inderdaad in verband gebracht met bepaalde slaapstoornissen, waaronder slapeloosheid. Maar wanneer iemand vaak ’s nachts wakker wordt en zich niet uitgerust voelt, is het goed om ook andere mogelijke oorzaken te overwegen. Er kunnen immers veel andere factoren meespelen. Onrustig slapen komt dus niet per definitie door ADHD, maar ADHD kan wel een van de bijdragende factoren zijn.

Licht is een van de sterkste signalen voor ons lichaam om wakker en alert te worden: het onderdrukt het slaaphormoon melatonine, waardoor je je wakkerder voelt. Elke dag op hetzelfde tijdstip wakker worden en jezelf blootstellen aan licht helpt je lichaam een duidelijk ritme aan te houden, wat de slaap ten goede komt. In de zomer is er meestal voldoende natuurlijk licht; in de winter of bij weinig ochtendlicht kan een speciale lamp helpen. Vooral bij mensen die moeite hebben om ’s ochtends wakker te worden of wier slaapritme naar een laat tijdstip verschuift, kan voldoende licht in de ochtend nuttig zijn. Let wel op de timing: te laat op de dag kan het juist moeilijker maken om in slaap te vallen.

Er bestaat nog geen eenvoudige en bewezen manier om de hoeveelheid diepe slaap doelgericht te verhogen. Bepaalde medicijnen en experimentele technieken kunnen diepe slaap of de bijbehorende hersenactiviteit beïnvloeden, maar het is nog onzeker of dit de slaap ook daadwerkelijk beter of meer herstellend maakt. Het is daarom niet aan te raden om hiervoor op eigen initiatief medicatie of supplementen te gebruiken. De beste manier om voldoende diepe slaap te ondersteunen, is door regelmatige slaaptijden aan te houden, ongestoord te slapen en gezonde slaapgewoonten te onderhouden.

Ja, er is een verband, maar het is complex. Slapeloosheid of verstoorde slaap kan bijvoorbeeld veranderingen in je stemming veroorzaken en soms zelfs bijdragen aan een depressieve stemming. Omgekeerd komen bij een depressie slaapstoornissen vaak voor. Hetzelfde geldt voor de ziekte van Alzheimer. Naast de verbanden tussen Alzheimer en slaapstoornissen bestaan er ook verbanden tussen Alzheimer en depressie of depressieve symptomen. De wisselwerking tussen deze factoren is echter erg complex, en wat precies de onderliggende oorzakelijke en biologische mechanismen zijn, is nog niet duidelijk.

Dat hangt er sterk vanaf over welke medicatie we het hebben. De meest bekende medicijnen die voor slaapproblemen worden gebruikt, zijn benzodiazepinen. Of deze in de hersenen dezelfde effecten hebben als natuurlijke slaap, is nog steeds een open vraag. Ze hebben vaak wel bijwerkingen die natuurlijke slaap niet heeft, zoals geheugenproblemen, evenwichtsproblemen en daardoor een verhoogd valrisico, of een tolerantie voor het medicijn, waardoor het middel na verloop van tijd minder effect kan hebben. Daarnaast kan er afhankelijkheid ontstaan. Daarom heeft het bij chronische slapeloosheid de voorkeur om eerst alternatieven te proberen, zoals cognitieve gedragstherapie, voordat medicatie wordt ingezet.

Er bestaan enorme individuele verschillen. Vijf tot zes uur slaap is voor de meeste volwassenen minder dan doorgaans wordt aanbevolen, maar dat betekent niet automatisch dat het abnormaal is. Zelfs nachtelijke ontwakingen kunnen helemaal normaal zijn. Een van de beste graadmeters blijft of iemand overdag goed functioneert en zich goed voelt.

Nee, het is niet te laat en zeker geen reden om het op te geven. Vooral als de situatie wat ingewikkeld is, is het goed om dit met een slaapexpert te bespreken en te kijken wat er allemaal mogelijk is. Tegelijk kan het accepteren van de slaapproblemen zelf ook helpen: hoe meer we ons er zorgen over maken, hoe minder we slapen, wat een vicieuze cirkel kan worden. Acceptatie kan dus paradoxaal genoeg een stukje helpen. Maar dat is dus geen reden om op te geven: het blijft belangrijk om de oorzaken te achterhalen en behandelingen te blijven proberen.

Slaap verandert met het ouder worden: het aandeel diepe slaap neemt wat af, en slaap wordt vaak wat meer gefragmenteerd. Maar als iemand hier klachten door heeft, bijvoorbeeld doordat diegene overdag slaperig is, zich niet uitgerust voelt, niet goed kan functioneren of heel vaak wakker wordt en daarna niet meer in slaap kan vallen, dan is het niet goed om te zeggen: “Oh, dat komt gewoon door de leeftijd,” en het daarbij te laten. Dus ja, leeftijd verandert de slaap tot op zekere hoogte, maar meestal leidt dit niet automatisch tot klachten. Als je wel klachten hebt, is het ook op latere leeftijd belangrijk om dit te laten beoordelen.

Als iemand veel langer in bed ligt dan dat diegene daadwerkelijk slaapt, kan het soms helpen om de tijd in bed tijdelijk en gecontroleerd te beperken. Hoe langer je wakker in bed ligt en hoe meer je probeert om in slaap te vallen, hoe erger het kan worden. Dus misschien slapen we van die negen uur uiteindelijk maar zeven uur, en besteden we de twee uur dat we wakker zijn aan piekeren. Door de tijd in bed te beperken, kan je slaap juist meer aaneengesloten aanvoelen. Dit is een onderdeel van cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid. Het is niet voor iedereen geschikt en kan het beste met een specialist worden besproken.

Eerst zou je moeten nagaan of de dromen ook echt de oorzaak zijn dat je wakker wordt. Als je namelijk om andere redenen vaak wakker wordt, krijg je ook meer gelegenheid om je dromen te herinneren dan wanneer je de hele nacht zou doorslapen. Hierdoor zou je ook het idee kunnen krijgen dat het door de dromen komt, terwijl er misschien ook een andere oorzaak is. Gaat het om intense nachtmerries of andere storende dromen die je daadwerkelijk wekken, dan is het zinvol dit verder te onderzoeken, het beste samen met een specialist.