Hoe komt het dat sommigen vergeetachtig worden met de jaren?

Samenvatting

Gesprek tussen 2 van de bekendste onderzoekers van Nederland. Erik Scherder stelt een veelgestelde lezersvraag aan Dick Swaab: waarom neemt vergeetachtigheid toe naarmate we ouder worden?

(Door op onderstaande video te klikken, accepteer je dat er cookies worden geplaatst door YouTube.)

Lezersvraag over vergeetachtigheid en ouderdom

“Erik: Dick, hoe komt het dat naarmate we ouder worden dat voor een deel van ons, we ook wat wat meer vergeten?
Ik ga niet generaliseren, sorry. Dus, voor een deel.

Dick: Ja, nou ja, zoals ieder orgaan verouderen de hersenen ook. En je ziet ook dat zowel het verwerken
van informatie, als opslaan, als het terughalen van informatie wat trager loopt tijdens het verouderingsproces.
En daarentegen heb je natuurlijk heel wat ervaring opgeslagen. En kun je vrij aardig compenseren met alle ervaringen die je hebt. Dus er zitten positieve en negatieve aspecten aan het verouderingsproces.

Je kunt het proberen om dat verouderingsproces tegen te gaan. En wat er uit veel literatuur blijkt is dat als je maar vroeg genoeg begint met stimuleren van het brein en je houdt dat vol tot het eind van je leven, dat je dat verouderingsproces wat voor je uit kunt schuiven.

Use it or lose it, noemen we dat.

Erik: Maar kun je ook op je 60e nog denken van:“Ik ga er nog eens tegenaan! Echt nieuwe dingen!” Zien we dan toch niet ook een gunstig effect in het brein?

Dick: Ja zeker, je moet tot het laatste moment, moet je het brein uitdagen, stimuleren en dat heeft gunstige effecten.
Ja, dus er is altijd hoop voor iedereen. Ja.

En je moet ook niet overdrijven over het probleem van de geheugen-achteruitgang bij een normale veroudering.
En een goede agenda en wat van die gele plakkertjes doen ook wonderen.

Erik: Maar dan nog een ander punt wat ik ook belangrijk vind.
Ben jij ook van mening dat als je zelf kijkt naar ouder worden op ‘dan gaat mijn geheugen wel achteruit…’ dat die mensen die dat denken, dat zij ook eigenlijk al,dat is de groep die inderdaad ook achteruit gaat…?

Dick: Ja, als je tijd hebt om er over na te denken dan ga je achteruit. Dat zou mijn conclusie zijn.
Je moet zo druk bezig zijn met dingen die een eis stellen aan het brein dat je het geheugen zoveel mogelijk stimuleert en daardoor ook intact houdt.”

Lees hier verder als je benieuwd bent naar het onderzoek dat het Nederlands Herseninstituut dooet naar de ziekte van Alzheimer of naar het vernieuwen van hersencellen.

Veelgestelde vragen over de ziekte van Alzheimer

De meest voorkomende vorm van dementie is Alzheimer (70%). In Nederland hebben naar schatting 196.000 mensen deze aandoening. De verwachting is dat dit aantal hard gaat stijgen. Het aantal mensen met dementie gaat volgens Alzheimer Nederland stijgen naar ruim 500.000 in 2040. Als het percentage van mensen dat de ziekte van Azlheimer heeft rond de 70% blijft, gaat het om 350.000 mensen in Nederland. 

Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) lijden er wereldwijd op dit moment ca. 55 miljoen mensen aan dementie.

Het bekendste symptoom is geheugenverlies. Verder hebben patiënten ook vaak last van andere problemen zoals slaapstoornissen, vergeetachtigheid en verwarring met tijden en locaties. Het opnemen van nieuwe informatie gaat moeilijker en er ontstaan problemen met praten en schrijven. Denken, oordelen en begrijpen gaat steeds moeilijker en sociale handelingen gaan verloren. Hierdoor is het voor veel patiënten ook moeilijk om nog zelfstandig te leven en hebben zij veel hulp nodig.
De eerste symptomen van de ziekte van Alzheimer zijn vaak mild en kunnen worden aangezien voor normale ouderdomsverschijnselen. Typische symptomen zijn:
Naarmate de ziekte vordert, kunnen de symptomen ernstiger worden en kunnen zich andere problemen voordoen, zoals:
Er is geen sprake van één oorzaak, het is een complexe aandoening die zich anders manifesteert bij verschillende mensen.
Er wordt aangenomen dat een combinatie van factoren een rol speelt, waaronder:

Anderzijds resulteert stimulatie van de hersenen in een uitstel van Alzheimer: “use or lose it”.

Er zijn wel zo’n 50 verschillende vormen van dementie, waarvan de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende is (70%). Andere vormen van dementie zijn o.a. vasculaire dementie en frontotemporale dementie. De stichting Alzheimer heeft een overzicht gemaakt van de meest voorkomende vormen van dementie en hun specifieke kenmerken.

Neurodegeneratieve aandoeningen, zoals dementie of de ziekte van Alzheimer, zijn echt fundamenteel anders dan normale vergeetachtigheid. Het zijn ingrijpende processen die gepaard gaan met duidelijke, opvallende signalen. Denk hierbij aan situaties die echt afwijken van normaal gedrag — zoals verdwalen in je eigen vertrouwde omgeving of ernstige geheugenproblemen waarbij gebeurtenissen uit het korte verleden volledig verdwijnen. Ook veranderingen in de persoonlijkheid kunnen optreden, waardoor iemand ingrijpend kan veranderen.

Bekijk het hele antwoord van Erik Scherder in deze video.

Onderzoek naar de ziekte van Alzheimer heeft in de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Alhoewel Alzheimer nog steeds niet te genezen is, zijn er nieuwe medicijnen en behandelingen ontwikkeld die het ziekteproces kunnen stoppen of vertragen.

Cholinesteraseremmers zijn medicijnen die bij een deel van de patiënten de cognitieve functie (geheugen, denken en redeneren) wat verbeteren en de achteruitgang van symptomen wat vertragen. Ze kunnen echter ook veel bijwerkingen hebben. Daarnaast zijn er medicijnen die kunnen worden gebruikt om bijkomende symptomen van Alzheimer te behandelen, zoals bijvoorbeeld antidepressiva.

Naast medicijnen zijn er ook andere behandelingen die kunnen helpen bij Alzheimer. Deze behandelingen zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven. Denk aan het stimuleren van hersenfuncties door diverse therapieën.

Onderzoekers zijn hoopvol dat in de toekomst Alzheimer beter uitgesteld of zelfs voorkomen kan worden. Hierbij speelt neurogenese – het proces waarbij nieuwe zenuwcellen worden gevormd in de volwassen hersenen- een belangrijke rol. Nieuwe zenuwcellen zouden in theorie de functie van beschadigde of verloren gegane zenuwcellen kunnen overnemen. Voordat  het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe zenuwcellen een mogelijke therapie voor Alzheimer kan zijn, is echter nog veel meer onderzoek nodig.

Ja, vrouwen hebben een hoger risico op Alzheimer dan mannen. Ongeveer twee derde van de mensen met Alzheimer is vrouw. De reden voor dit verschil is deels te verklaren doordat vrouwen ouder worden en deels door verschillen in de moleculaire veranderingen met de leeftijd bij vrouwen en mannen.

Lees verder: Kwetsbare vrouwen

In minder dan 5% van de gevallen wordt Alzheimer uitsluitend veroorzaakt door een erfelijke afwijking. Mensen met zo’n erfelijke variant krijgen de ziekte vaak al rond het 40e of 50e levensjaar. Mensen met een familielid dat al vroeg Alzheimer kreeg hebben een verhoogd risico om de ziekte zelf te krijgen. Gemiddeld spelen genetische factoren bij alzheimer patiënten een rol van zo’n 50%.

De diagnose wordt gesteld door  een combinatie van neurologisch onderzoek en psychologische testen. Een scan is niet bewijzend voor de diagnose.

Bekijk het hele antwoord van Dick Swaab in deze video.

Nee. Maar je kunt het proces wel wat uitstellen door een gezonde, actieve leefstijl met voldoende beweging.

Ook is het belangrijk om de hersenen al vanaf de vroege ontwikkeling te prikkelen. Tweetaligheid vanaf de babyleeftijd, bijvoorbeeld, stelt Alzheimer 5 jaar uit. Net zoals een goede scholing, werk dat wat van je vraagt  en een hobby waarbij je echt moet nadenken, zoals schaken. 

Volgens prof. dr. Dick Swaab kunnen zowel een psychologisch trauma, dus bijvoorbeeld bij een kind dat verwaarloosd of misbruikt wordt, of een fysisch trauma, bijvoorbeeld bij soldaten die voortdurend worden blootgesteld aan enorme knallen van kanonnen, meer kans geven op de ziekte van Alzheimer. Je kunt daardoor wat vroeger Alzheimer krijgen.
Bekijk het hele antwoord van Dick Swaab in deze video.

Nee, niet automatisch. De ziekte van Alzheimer kent twee vormen. De erfelijke, ‘vroeg beginnende’ vorm (meestal vóór het 50e–60e levensjaar) wordt veroorzaakt door een foutief gen in het DNA en komt maar bij 1-5% van alle gevallen voor. Draagt een ouder dit gen, dan heeft elk kind circa 50% kans om het te erven; en wie het erft, krijgt de ziekte vrijwel zeker.

De veel voorkomendere, ‘laat beginnende’ vorm (>95% van de gevallen, meestal na het 65e jaar) heeft geen duidelijke genetische oorzaak. Hier is het risico het resultaat van veel kleine factoren samen. Als je een familielid hebt met de ziekte van Alzheimer verhoogt dit het risico, maar het is geen garantie op het krijgen van de ziekte.

Je kunt het risico op het krijgen van Alzheimer vergelijken met autorijden zonder veiligheidsgordel. Op zichzelf hoeft dit niet tot letsel te leiden, tenzij er bijvoorbeeld een ongeluk gebeurt. En we kunnen het risico op letsel altijd beïnvloeden door onze veiligheidsgordel om te doen. In het geval van Alzheimer zou dat een gezonde leefstijl zijn.

Ja! Tijdens de slaap, en vooral tijdens de diepe slaap, wordt het afvalverwerkingssysteem van de hersenen (het glymfatische systeem) actiever en spoelt het afvalstoffen weg, waaronder amyloïd-bèta: het eiwit dat zich bij Alzheimer ophoopt tot schadelijke aggregaten.

Slaaptekort wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer. We moeten echter voorzichtig zijn met hoe we deze bevindingen interpreteren. Het is een beetje een kip-of-ei-verhaal. Slaaptekort kan het risico op Alzheimer verhogen, maar tegelijkertijd kan iemand in een vroeg stadium van Alzheimer (nog voordat er cognitieve of geheugenklachten optreden) al slaapproblemen krijgen.

En of je invloed kan hebben op het hebben van deze diepe slaap?

Tot op zekere hoogte wel. Er zijn enkele standaardmaatregelen die je kunt proberen, zoals een consistent slaapschema, voldoende slaap in totaal, voldoende bewegen, het beperken van cafeïne en blootstelling aan schermen in de avond en zorgen voor een koele, donkere en rustige slaapkamer.

Ja, er zijn onderzoeken die verbanden tussen deze drie aantonen, en elk van de drie kan het risico op de andere twee vergroten of de andere twee verergeren. Je kunt echter niet zeggen dat bijvoorbeeld slechte slaap depressie of Alzheimer veroorzaakt. Hier geldt een kip-of-ei-kwestie: het is moeilijk om vast te stellen wat er als eerste komt, omdat iemand in een vroeg stadium van Alzheimer (voordat er geheugenklachten optreden) al tekenen van een slechte slaap of depressief gedrag kan vertonen.

Dit kan bij sommige mensen voorkomen. Het wordt late-onset stress symptomatology (LOSS) genoemd. Er is echter nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs om dit goed te onderbouwen.

De simpelste verklaring is grammaticaal: in het Latijn heeft dementie een werkwoordsvorm (dus ‘dementeren’), kanker niet. 

Een andere, en misschien wat ingewikkeldere verklaring heeft mogelijk te maken met hoe we tegen beide ziekten aankijken: we zien dementie meer als een proces dat zich in de loop van de tijd ontwikkelt (bijvoorbeeld met het toenemen van de leeftijd), terwijl kanker misschien meer wordt gezien als een statische uitkomst of aandoening. Mogelijk hangt dit er ook mee samen dat verschillende vormen van kanker behandeld kunnen worden, terwijl er momenteel geen genezing bestaat voor dementie als gevolg van Alzheimer.

Dat noemen we ‘late-onset FTD’, oftewel laat-beginnende FTD.

Onderzoek laat zien dat het actief houden van onze hersenen gedurende ons hele leven kan helpen om het risico op dementie op latere leeftijd te verlagen. Dementie kan echter worden veroorzaakt door verschillende factoren die samen een rol spelen, en cognitieve fitheid is daar slechts één van. Daarom kunnen we niet zeggen dat het doen van hersenoefeningen dementie zal voorkomen, maar het kan het risico wel verlagen. Belangrijk detail: vooral nieuwe cognitieve uitdagingen zijn gunstig, meer dan steeds dezelfde puzzels oplossen.