De stille zoektocht naar antwoorden: het onderzoek van Lin Zhang

Tien jaar geleden verliet Lin Zhang China om een droom na te jagen die daar onmogelijk leek: zelfdoding begrijpen op het diepste niveau, in het menselijk brein zelf. Nu, op 39-jarige leeftijd, werkt ze in de onderzoeksgroep van Dick Swaab, een van de meest toonaangevende onderzoekers ter wereld op het gebied van neurobiologie van zelfdoding bij het Nederlands Herseninstituut.

“In Aziatische landen is het echt een taboe om over zelfdoding te praten,” legt Lin uit. “Hoewel steeds meer mensen bereid zijn hun ervaringen met psychiatrische problemen te delen, wordt de wetenschapspopularisering van psychiatrische aandoeningen en zelfdoding nog steeds genegeerd door de mainstream. Als forensisch arts, bijvoorbeeld, heeft zij ondervonden dat bij het werken aan forensische zaken waarbij psychiatrische informatie noodzakelijk was, families eerder geneigd psychiatrische voorgeschiedenissen te ontkennen, wat de moeilijkheid van het onderzoek naar doodsoorzaken enorm bemoeilijkte.”

Deze doofpot maakt onderzoek onmogelijk. “Wanneer je moleculaire veranderingen vindt bij patiënten met een psychiatrische stoornis die zijn gestorven door zelfdoding, kun je niet zeggen of dit door de zelfdoding komt, of door de onderliggende psychiatrische aandoeningen.” Via een professor die neurologische aandoeningen bestudeerde, kwam Lin in contact met Dick Swaab van het Nederlands Herseninstituut. In 2016, na het voltooien van haar medische graad in de forensische wetenschap, vloog ze naar Nederland, om hier aan de slag te gaan.

Omstandigheden van wereldklasse

“Elke keer als ik mijn onderzoek in Nederland presenteer op internationale conferenties, zijn mensen verbaasd,” vertelt Lin. “Andere hersenbanken kunnen zeggen dat ze mensen met een bipolaire stoornis vergelijken met controlegroepen. Maar wij kunnen vertellen of manie of depressie het eerste symptoom was, hoe lang en hoe vaak ze leden, wanneer symptomen begonnen. Hebben ze in hun kindertijd trauma’s meegemaakt of andere negatieve gebeurtenissen? Heeft een familielid ooit aan dezelfde ziekte geleden? Wanneer ze besluiten euthanasie aan te vragen, was dat vanwege onbehandelde psychiatrische stoornissen, of somatische aandoeningen? Al deze factoren kunnen verder worden geanalyseerd, omdat wij de volledige medische en familiegeschiedenissen hebben.”

Omdat Nederland klein is, kan het autopsieteam hersenmonsters verzamelen binnen vier tot zeven uur na overlijden. Elders is het minimaal 15 tot 25 uur, en eigenlijk vaker 50 tot 70 uur.

“Stel je voor dat je open yoghurt buiten de koelkast zet, maar het pas 70 uur later gebruikt.
Dan is de kwaliteit simpelweg weg.


Het brein begint onmiddellijk te ontbinden. Het zijn juist die kwetsbare moleculen die we bestuderen,
die na langere tijd simpelweg verdwijnen.”

Sommige moleculen die Lin bestudeert tonen duidelijke verschillen tussen zelfdodingsgevallen en controlegroepen in verse monsters. Met langere vertraging zijn ze niet meer detecteerbaar. “Andere onderzoekers zouden kunnen concluderen dat er geen verschil is, terwijl in werkelijkheid de monsters door een lange tijd na het overlijden gewoon te veel zijn aangetast.”

Toen Lin aankwam, had ze nog nooit met humaan hersenweefsel gewerkt. Dick Swaab leerde haar alles vanaf het begin. “Vergeleken met sommige onderzoekers die liever een student aannemen die meteen aan de slag kan, heeft Dick het geduld om te wachten tot je leert lopen. Ik ben heel dankbaar dat hij mij al die jaren heeft begeleid.”

Het onzichtbare zichtbaar maken

Lins onderzoek onthulde iets cruciaal: zelfdoding is niet simpelweg een symptoom van andere aandoeningen. Het treedt onafhankelijk van depressie, bipolaire stoornis of schizofrenie op. “Wanneer mensen suïcidale gedachten hebben, gaat dat samen met veranderingen in moleculen in het brein. Maar niet iedereen met suïcidale gedachten sterft door zelfdoding. Bij overlevenden kunnen die moleculaire veranderingen terugkeren naar de beginsituatie.”

Deze ontdekking opent deuren naar behandeling en vroege detectie. Maar Lins doelen reiken verder dan het lab. “Iedereen gelooft dat kankerpatiënten behandeling nodig hebben omdat kanker zichtbaar is in de pathologie. Maar mensen denken: ik zie niets bij psychiatrische aandoeningen, dus deze mensen zijn ‘gewoon gek’. Maar dit is niet waar, want verschillen zijn er zeker in het brein te visualiseren. We zijn op weg naar die visualisatie in postmortem hersenweefsel en willen dit vervolgens ook zichtbaar maken bij levende mensen.”

“Door onderzoek kunnen we deze veranderingen laten zien. Mensen laten beseffen: deze persoon is niet gek. Ze hebben hersenaandoeningen en hebben behandeling nodig zoals iemand met diabetes, dementie of kanker.

Een persoonlijke missie

Lin heeft een goede vriendin uit China met een bipolaire stoornis sinds haar adolescentie. Ondanks een PhD van een topuniversiteit in Azië, gaf ze er de voorkeur aan in het buitenland te werken vanwege het stigma. Toen Lins krantinterview verscheen, belde haar vriendin huilend. “Na 20 jaar vriendschap had ze nooit verwacht dat ik haar zou kunnen begrijpen vanuit het perspectief van een onderzoeker.”

Lins onderzoek naar bipolaire stoornis toonde aan dat beschermende moleculen in het brein langzaam afbreken door een leven vol manische episodes, erger wanneer symptomen al in de adolescentie beginnen en decennialang aanhouden. “Ik kon haar geen suggesties geven voor gevalideerde behandeling, alleen enkele mogelijkheden op basis van mijn onderzoek.” Gelukkig zijn er steeds meer nieuwe behandelmethoden die lijken te werken.

“Getuige zijn van die duisternis deprimeert me inderdaad, maar het maakt me ook gemotiveerder. Je wilt mensen vertellen wat er gebeurt en wat we kunnen doen om dingen te verbeteren.”

In de stilte schuilt gevaar

Één bevinding baart Lin bijzonder zorgen: “Bij vrouwen met suïcidale gedachten kunnen we risicofactoren identificeren, zoals vroege stress, pesten, gediagnosticeerde psychiatrische aandoeningen op klinisch niveau. Op neurobiologisch niveau zijn eveneens veel biomarkers die we hebben gemeten geassocieerd met zelfdoding bij vrouwen.

Maar voor mannen? Bijna niets. Zelfs wanneer ze suïcidaal zijn, zijn ze grotendeels onzichtbaar, zowel op klinisch als experimenteel niveau. Zij zijn de stille populatie. Dat is heel gevaarlijk. Detecteerbare meetwaarden in klinieken en laboratoria zijn dringend nodig vooral voor mannen met suïcidale gedachten.”

Maar we moeten het samen doen

De volgende stap is het bevestigen van bevindingen bij levende patiënten door samenwerking met psychiaters. Maar Lin ziet een verontrustende kloof. “Bij conferenties over alzheimer of parkinson is er uitstekende verbinding tussen clinici en onderzoekers. Dit komt omdat veel projectleiders in neurodegeneratief onderzoek zowel aan patiëntenzorg als neurobiologisch onderzoek werken. Maar psychiaters? Er lijkt een kloof te zijn tussen preklinisch, klinisch en biologisch onderzoek in Nederland.”

Toch zet Lin zich actief in om samenwerkingen op te bouwen en te onderzoeken of biomarkers via neuroimaging bij levende patiënten kunnen worden gedetecteerd. “We moeten echt samenwerken. Zij zijn de eerstelijnswetenschappers, wij zijn de tweede lijn.” Bovendien kan postmortem hersenonderzoek het pathologisch bewijs leveren voor de neurologische effecten van eerder gebruikte medicijnen. Dit is cruciaal om voorschrijfpraktijken in de klinische praktijk te verbeteren.

Een ander obstakel: gebrek aan gerichte financiering. “Voor neurodegeneratieve ziektes hebben we stichtingen die specifiek Alzheimer, Parkinson, ALS, MS, enzovoort ondersteunen. Voor psychiatrische aandoeningen? Geen specifieke stichtingen. In de VS of het VK hebben ze al meerdere stichtingen gericht op bepaalde psychiatrische aandoeningen en zelfdoding. Er is een dringende behoefte om stichtingen op te bouwen die psychiatrisch onderzoek in Nederland ondersteunen. Daarom ben ik blij dat de stichting Vrienden van het Herseninstituut er is. Zij zijn de oplossing, de enige stichting die hersenonderzoek naar psychiatrische aandoeningen en suïcide financiert.”

Vooruitkijken

Ondanks de uitdagingen blijft Lin toegewijd. “Het is altijd stap voor stap. Je huidige werk laat zien waar toekomstig werk naartoe moet.”

Op 39-jarige leeftijd, met potentieel nog decennia voor de boeg, hoopt Lin haar ontdekkingen vertaald te zien in klinische instrumenten. Biomarkers die mensen met een risico identificeren, behandelingen die zich richten op biologische oorzaken, en een verschuiving in hoe de samenleving mensen met psychiatrische aandoeningen begrijpt.

“Ik wil dat mensen begrijpen: het is oké om je niet goed te voelen. Dat is de boodschap voor mensen met psychiatrische aandoeningen: dit is echt, het is een hersenaandoening, het kan behandeld worden, en je verdient dezelfde zorg als iemand met een lichamelijke ziekte.”

Lin Zhang bestudeert de neurobiologische basis van zelfdoding en psychiatrische aandoeningen bij het Nederlands Herseninstituut met behulp van de hoogste kwaliteit menselijke hersenweefselmonsters ter wereld. Haar werk identificeert moleculaire veranderingen tijdens suïcidale toestanden en verkent genderverschillen in de biologie van zelfdoding.

Wil jij bijdragen aan hersenonderzoek, zoals onderzoek naar psychiatrische aandoeningen, word dan nu Hersenvriend door te doneren.